Geschiedenis
Volgens de Inca legende heeft de zonnegod Inti, Wiraqocha de vertegenwoordiger van de Inti, de opdracht gegeven om 2 personen op pad te sturen om zo een goede plaats te vinden waar de Inca's zouden kunnen gaan leven. Wiracocha vond 2 personen Mama Ocllo en de eerste Inca koning Manco Capac. Na hun zoektocht die begonnen was aan de oevers van het Titikaka meer vonden zij Cusco, of zoals de Inca's zeiden Qosqo. Vanaf hier werd het Inca rijk opgebouwd.
Vanuit het dal van Cusco, het
hart van de
Tahuantinsuyo (rijk van de 4
windstreken), werd het Incarijk
uitgebreid door de verovering van
andere stammen, zowel in de Andes
als langs de kust. De Inka's wisten
hun rijk uit te breiden tot het
noordwesten van Argentinië, het
noorden van Chili en het zuiden van
Ecuador. Ze noemden hun rijk zelf
"Tahuantinsuyo"
(het rijk van de vier streken,
verwijzend naar de vier regio's die
aan de hoofdstad grensden). Namelijk
Antisuyo, Collasuyo, Chinchaysuyo en
de Contisuyo.
De grootste bloei werd verkregen tijdens het bewind van keizer Pachacuteq. De bestuursorganen van de veroverde stammen werden intact gelaten, maar dissidenten werden weggevoerd. In 1532 veroverde Fransisco Pizarro het Incarijk en maakte het tot de Spaanse kolonie Peru. Manqo Capac II, zoon van Hayna Capac, trok zich echter terug in de bergen en in de laatset inca stad Vilcabamba. Manqo en zijn opvolgers zouden nog tot 1572 over een kleine Incastaat blijven regeren
Verzwakking en teloorgang
Op het moment dat de Spaanse veroveraars het Incarijk binnenvielen, hetgeen tot de val van het rijk leidde, was de bevolking al ernstig verzwakt.
De bevolking was ernstig verzwakt doordat de pokken vanaf het noorden het land waren binnengekomen. De helft van de Incabevolking overleed hierdoor, waaronder hun leider Wayna Qhapaq. Hierna ontstond een burgeroorlog tussen zijn zonen Huascar en Atahualpa om de erfopvolging. Huascar zat in Cusco, ook bijgenaamd de "stad van de geladés", en Atahualpa zat in Quito. Uiteindelijk wist Atahualpa, Huascar gevangen te nemen. Atahualpa had zijn intrek genomen in Cajamarca, omringd door een enorm leger.
De val van het rijk
Ondertussen was Francisco Pizarro,
een Spaanse conquistador, in het
noorden geland. Hem
werd de weg naar Cajamarca gewezen,
deels door Inka's die Atahualpa een
kwaad hart toedroegen. In Cajamarca
wist Pizarro, Atahualpa met een list
gevangen te nemen, waarbij vele
hooggeplaatste Inca's werden
afgeslacht. Atahualpa had namelijk
gewenst de Spanjaarden te ontmoeten,
zonder beveiliging en zonder dat
zijn onderdanen wapens zouden
dragen.
Na Atahualpa's gevangenneming kregen zijn generaals geen orders meer, waardoor ze niet meer wisten wat ze moesten doen. De Spanjaarden vielen het leger bij verrassing aan. Ze waren met 1 tegen 1000 in de minderheid, maar wisten met hun tactiek, vuurwapens, harnassen en paarden de inca legers in een eenzijdige veldslag te verslaan. Tienduizenden inca soldaten werden vermoord. Later werd de laatste weerstand bij Cusco in een soortgelijke veldslag gebroken. Huascar werd in opdracht van Atahualpa vermoord, waarna de laatste ter dood veroordeeld werd door de Spanjaarden.
De list van Pizarro was echter nooit gelukt indien Atahualpa het gevaar van de Spanjaarden had ingezien. De keizer zag de Spanjaarden echter voornamelijk als slechtgemanierd en vooral onbetekenisvol. Hij nodigde de Spanjaarden uit in zijn hoofdstad, hetgeen er volgens velen op duidt dat Atahualpa de Spanjaarden de pracht en praal van het Incarijk wilde laten zien, om ze zo te imponeren. Ook waren de Spanjaarden zo zwaar in de minderheid, dat een aanval bespottelijk moet hebben geleken. Had Atahualpa de Spanjaarden niet onderschat, dan had hij ze met een beetje organisatie zo gevangen kunnen nemen, en was de geschiedenis van de Andes waarschijnlijk heel anders gelopen.
Staatsinrichting
De leider van de Inca´s was de Sapa Inka. Hij was een absolute heerser. Hij trouwde met zijn volbloed zus, de Qilla. Deze had een grote hofhouding uit de Huizen van de Zon. De Sapa Inka werd beschouwd als de directe afstammeling van de zon en was daarom zowel politiek, militair en godsdienstig leider van het Incarijk.
De vier hoogste leden van de adel vormden met de Inca de koninklijke raad. Elk van deze vier had de leiding over een van de provincies. Onder hen waren de gouverneurs, die de leiding hadden over deelprovincies. Ze onderhielden goede relaties met de leiders van de allyu's.
Cultuur
Architectuur
Door het gehele rijk werden nieuwe, betere paden aangelegd, de zogenaamde Inkapaden. De Inka's waren zeer goede architecten; zij bouwden bruggen over rivieren, goede forten, en mooie steden met tempels. Zij wisten land in het hooggebergte te bebouwen door terrassen aan te leggen. Machu Picchu is daar een mooi voorbeeld van. De muren van stenen gebouwen bestonden uit stenen die zo in elkaar waren gelegd, dat cement niet nodig was. Deze gebouwen waren dan ook veel beter bestand tegen aardbevingen: wanneer die voorkwamen werden de door Spanjaarden gebouwde gebouwen altijd veel zwaarder beschadigd dan de oudere incagebouwen. Ook bouwden de Inca's goede wegen, waar echter geen karren overheen reden omdat de Inca's het wiel niet kenden.
Geloof
De Inca's geloofden in de kracht
van de zon als weldoener van de
Aarde. De zon werd daarom
vaak geëerd met zonnefeesten. Om te
zorgen dat de maan en de zon niet
zouden stoppen, werden stenen op de
bergtoppen geplaatst. De zonnegod
heette Inti, de maangod Quilla. De
verering van de zon werd tijdens het
bewind van Wiraqocha als enig geloof
ingesteld. In de stad Tiahuanacu bij
het Titicacameer zijn er nog mooie
ruïnes van een centrum gewijd aan
Wiraqocha, de oppergod. Tiwanaku is
overigens niet door de Inca's
gebouwd, maar door een aan de Inca's
voorafgaande cultuur.
Hun godsdienst heette het Intioisme.
De Inca's geloofden in een leven na de dood en ze vereerden ook hun voorvaderen. De lichamen van hun voorvaderen waren de belangrijkste voorwerpen binnen het rijk. Het was net alsof ze nog leefden, want de Inca's spraken met hun voorvaderen over de dingen die gingen gebeuren.
Als er mensen doodgingen op het platteland, dan werden ze gebalsemd in een tombe in de vorm van een bijenkorf met vaten voedsel en chicha, zodat men te eten had in het hiernamaals. De familie hield acht dagen begrafenisceremonies en de vrouwen knipten hun haar af.
De
mummies van de Inca's werden ook
bijgehouden. Ze werden gebruikt als
een soort economisch systeem. Zo
behoorde een stuk grond tot een
familie (omdat het eigendom was van
de grootouders): dan gingen ze met
de mummies van de grootouders naar
de anderen om te bewijzen dat het
stuk grond aan hen toebehoorde omdat
het van hun grootouders geweest was.
De mummies dienden hierbij dus als
een soort bewijsstuk.
Recent onderzoek (in Machu Picchu) duidt aan dat langs de rand van de stad de stenen (exacte) kopieën zijn van de omringende bergen. Er wordt verondersteld dat de inca's de bergen als goden beschouwden en ze vereerden.
Taal
De Inka's spraken een zuidelijke variant van het Quechua. De Inca-elite, de échte Inca's, spraken een geheime taal waarvan de wetenschap nog steeds niet weet welke taal het is. Op de Engelstalige Wikipedia valt te lezen dat de eigenlijke Inca-stam, die de elite van het Tawantin Suyu werd, een Aymara-variant sprak. Het Quechua is een taal waarvan de oorsprong in het kustgebied van midden-Peru ligt. Deze taal verspreidde zich naar het gebied van Cusco en werd vervolgens door de Inca's gebruikt als de lingua franca van hun rijk en op die manier verspreidt over de Andes.
Andere talen, waarvan het Aymara het belangrijkste was, werden zoveel mogelijk onderdrukt. Wanneer de Inca's een nieuw gebied veroverd hadden, deporteerden ze een deel van de bevolking, dat ze vervingen door indiaanse stammen die de Inca's beter gezind waren en al de Inca cultuur droegen en Quechua spraken. Hierdoor konden ze hun taal en cultuur effectief aan de onderworpen volkeren opleggen. De Inca's kenden geen schrift. Voor de administratie van in aantallen uit te drukken gegevens gebruikten ze als mnemotechnisch hulpmiddel de Quipu, touwen met knopen. Quipu's zijn nog altijd niet ontcijferd.
Techniek
Bijzonder was dat de Inca's een aantal elementaire uitvindingen zoals het wiel en het schrift niet kenden, maar toch een zeer hoogstaande beschaving hadden. Waarschijnlijk is dit te verklaren door hun hoge organisatiegraad en hun substituten. De quipu's maakten bijvoorbeeld administratie mogelijk. Wielen en karren waren in het bergachtige kernland vaak onhandig. Communicatie werd door middel van menselijke koeriers in stand gehouden.
Kleding
De kleren van de Inca's waren
gemaakt van katoen of wol. De mannen
droegen een
lendendoek die om hun middel hing
met daarover een tuniek, die op een
poncho leek en gemaakt was van
alpacawol. Als het koud was, hadden
ze een mantel van wol om. Aan hun
voeten hadden ze sandalen en ze
hadden wollen koordjes in hun haar.
De vrouwen hadden een enkellange tuniek van alpacawol aan. Daarover hadden ze een omslagdoek, die op werd gehouden met een speld. Ook vrouwen hadden sandalen aan hun voeten.
Hogere Inca's hadden dezelfde kleren aan, maar die waren van een betere kwaliteit. Ook hadden zij speciale voorwerpen zoals hoofdtooien en gouden sieraden en oorknoppen.
Bestaansmiddelen
De Inca’s leefden van de landbouw. Hun belangrijkste middel van bestaan is akkerbouw. De meeste Inca's waren dan ook boer. De Inca boeren bevloeiden en bemestten het land en verbouwden ruim 20 producten, zoals maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. In andere delen van de wereld kende men die toen niet. Deze producten moesten natuurlijk wel verbouwd worden, dit deden de mannen. De vrouwen maakten o.a. kleding, en van maïs maisbier. Dit maïs bier werd veel gebruikt bij maaltijden.
Leger
De Sapa Inka stond aan het hoofd van het leger. Hij had een persoonlijke lijfwacht voor het geval dat hij in gevaar kwam. Hij koos ook zelf zijn generaals uit. Alle mannen tussen de 25 en 50 jaar konden hiervoor in aanmerking komen. Als ze in aanmerking kwamen, werden ze speciaal opgeroepen.
Het goed georganiseerde leger werd hiërarchisch bestuurd:
- de 'Chunka Camayoq' had 10 mensen onder zich.
- de 'Pachaq Camayoq' had 100 mensen onder zich
- de 'Waranqa Camayoq' had 1000 mensen onder zich
- de 'Apu' was de kapitein van 2500 mensen
- de 'Hatun Apruratin' was een onderbevelhebber met 5000 mensen onder zich
- de hoogste bevelhebber was de generaal, die 10.000 mensen onder zich had
Wapens
De Inka's in het oosten waren
experts met de boog. De kuststammen
gebruikten vooral speren
en werppijlen. Sommige stammen
gebruikten Bola's, dat waren 2 of 3
stenen die door koorden bij elkaar
werden gehouden. Dit wapen kon zich
rond de benen of poten van mens of
dier wikkelen en kon gemene wonden
veroorzaken. Houten zwaarden met
bronzen snijvlakken werden overal
gebruikt. Het leger in oorlogstijd
bestond uit ongeveer 250.000
soldaten, in vredestijd uit 70.000
manschappen.
Een bijzonder wapen dat de inca's gebruikten waren gloeiende stenen, gewikkeld in een met brandbare vloeistof doordrenkte doek. Wanneer deze stenen naar de vijand werden geslingerd, vatten ze door de wrijving vlam, waardoor ze insloegen als brandbommen.
Strategie
De
Inca's begonnen hun gevechten met
veel lawaai. Dan begonnen de
slingeraars, gevolgd door de
boogschutters, pijlwerpers en de
Bola's. Vervolgens begon het lijf
aan lijf gevecht. De Inca's zochten
de belangrijkste krijgers in het
leger die vervolgens werden
uitgeschakeld door een speciaal
uitgezocht groepje krijgers.
De reservetroepen werden weggehouden van verwarrende gevechten zodat ze naar de frontlijn konden worden gestuurd als dit nodig was. Ze konden dan via een zijkant aanvallen, of gewoon rugdekking geven aan de aanvallende troepen. De Inca's probeerden de vijand van een sterke positie te verdrijven door de struiken en het gras in brand te steken.





