Inca's

Nieuws

Peruaans Amusement
Toeristische circuit
Informatie over Peru
Foto's en Plaats info
Trekking
Excursies 
Grenzen passeren
Links
Reisverhalen
Land van de Inca's
Explore Peru reizen
Bolivia
Jungle
Peruaanse Muziek
Klimaat
Cusco
Inca Trail
Explore Perú helpdesk
 

 

 

 

   

Hier op deze pagina kun je terecht indien je geïnteresseerd bent in hét verhaal van de Inca's. Je vind hier alles over het ontstaan het leven en de verwoesting van het Inca Rijk.

Het Inca rijk Tahuantinsuyo, met de 4 Suyos aangegeven per kleur

Inca Pachacutec       

 

 

 

 

 

                    Inca Tupac Yupanqui

 

 

 

 

 

                   Inca Huayna Capac

 

 

 

Geschiedenis

Volgens de Inca legende heeft de zonnegod Inti, Wiraqocha de vertegenwoordiger van de Inti, de opdracht gegeven om 2 personen op pad te sturen om zo een goede plaats te vinden waar de Inca's zouden kunnen gaan leven. Wiracocha vond 2 personen Mama Ocllo en de eerste Inca koning Manco Capac. Na hun zoektocht die begonnen was aan de oevers van het Titikaka meer vonden zij Cusco, of zoals de Inca's zeiden Qosqo. Vanaf hier werd het Inca rijk opgebouwd.

Vanuit het dal van Cusco, het hart van de Tahuantinsuyo (rijk van de 4 windstreken), werd het Incarijk uitgebreid door de verovering van andere stammen, zowel in de Andes als langs de kust. De Inka's wisten hun rijk uit te breiden tot het noordwesten van Argentinië, het noorden van Chili en het zuiden van Ecuador. Ze noemden hun rijk zelf "Tahuantinsuyo" (het rijk van de vier streken, verwijzend naar de vier regio's die aan de hoofdstad grensden). Namelijk Antisuyo, Collasuyo, Chinchaysuyo en de Contisuyo.

De grootste bloei werd verkregen tijdens het bewind van keizer Pachacuteq. De bestuursorganen van de veroverde stammen werden intact gelaten, maar dissidenten werden weggevoerd. In 1532 veroverde Fransisco Pizarro het Incarijk en maakte het tot de Spaanse kolonie Peru. Manqo Capac II, zoon van Hayna Capac, trok zich echter terug in de bergen en in de laatset inca stad Vilcabamba. Manqo en zijn opvolgers zouden nog tot 1572 over een kleine Incastaat blijven regeren

Verzwakking en teloorgang

Op het moment dat de Spaanse veroveraars het Incarijk binnenvielen, hetgeen tot de val van het rijk leidde, was de bevolking al ernstig verzwakt.

De bevolking was ernstig verzwakt doordat de pokken vanaf het noorden het land waren binnengekomen. De helft van de Incabevolking overleed hierdoor, waaronder hun leider Wayna Qhapaq. Hierna ontstond een burgeroorlog tussen zijn zonen Huascar en Atahualpa om de erfopvolging. Huascar zat in Cusco, ook bijgenaamd de "stad van de geladés", en Atahualpa zat in Quito. Uiteindelijk wist Atahualpa, Huascar gevangen te nemen. Atahualpa had zijn intrek genomen in Cajamarca, omringd door een enorm leger.

De val van het rijk

Ondertussen was Francisco Pizarro, een Spaanse conquistador, in het noorden geland. Hem werd de weg naar Cajamarca gewezen, deels door Inka's die Atahualpa een kwaad hart toedroegen. In Cajamarca wist Pizarro, Atahualpa met een list gevangen te nemen, waarbij vele hooggeplaatste Inca's werden afgeslacht. Atahualpa had namelijk gewenst de Spanjaarden te ontmoeten, zonder beveiliging en zonder dat zijn onderdanen wapens zouden dragen.

Na Atahualpa's gevangenneming kregen zijn generaals geen orders meer, waardoor ze niet meer wisten wat ze moesten doen. De Spanjaarden vielen het leger bij verrassing aan. Ze waren met 1 tegen 1000 in de minderheid, maar wisten met hun tactiek, vuurwapens, harnassen en paarden de inca legers in een eenzijdige veldslag te verslaan. Tienduizenden inca soldaten werden vermoord. Later werd de laatste weerstand bij Cusco in een soortgelijke veldslag gebroken. Huascar werd in opdracht van Atahualpa vermoord, waarna de laatste ter dood veroordeeld werd door de Spanjaarden.

De list van Pizarro was echter nooit gelukt indien Atahualpa het gevaar van de Spanjaarden had ingezien. De keizer zag de Spanjaarden echter voornamelijk als slechtgemanierd en vooral onbetekenisvol. Hij nodigde de Spanjaarden uit in zijn hoofdstad, hetgeen er volgens velen op duidt dat Atahualpa de Spanjaarden de pracht en praal van het Incarijk wilde laten zien, om ze zo te imponeren. Ook waren de Spanjaarden zo zwaar in de minderheid, dat een aanval bespottelijk moet hebben geleken. Had Atahualpa de Spanjaarden niet onderschat, dan had hij ze met een beetje organisatie zo gevangen kunnen nemen, en was de geschiedenis van de Andes waarschijnlijk heel anders gelopen.

Staatsinrichting

De leider van de Inca´s was de Sapa Inka. Hij was een absolute heerser. Hij trouwde met zijn volbloed zus, de Qilla. Deze had een grote hofhouding uit de Huizen van de Zon. De Sapa Inka werd beschouwd als de directe afstammeling van de zon en was daarom zowel politiek, militair en godsdienstig leider van het Incarijk.

De vier hoogste leden van de adel vormden met de Inca de koninklijke raad. Elk van deze vier had de leiding over een van de provincies. Onder hen waren de gouverneurs, die de leiding hadden over deelprovincies. Ze onderhielden goede relaties met de leiders van de allyu's.

Cultuur

Architectuur

Door het gehele rijk werden nieuwe, betere paden aangelegd, de zogenaamde Inkapaden. De Inka's waren zeer goede architecten; zij bouwden bruggen over rivieren, goede forten, en mooie steden met tempels. Zij wisten land in het hooggebergte te bebouwen door terrassen aan te leggen. Machu Picchu is daar een mooi voorbeeld van. De muren van stenen gebouwen bestonden uit stenen die zo in elkaar waren gelegd, dat cement niet nodig was. Deze gebouwen waren dan ook veel beter bestand tegen aardbevingen: wanneer die voorkwamen werden de door Spanjaarden gebouwde gebouwen altijd veel zwaarder beschadigd dan de oudere incagebouwen. Ook bouwden de Inca's goede wegen, waar echter geen karren overheen reden omdat de Inca's het wiel niet kenden.

Geloof

De Inca's geloofden in de kracht van de zon als weldoener van de Aarde. De zon werd daarom vaak geëerd met zonnefeesten. Om te zorgen dat de maan en de zon niet zouden stoppen, werden stenen op de bergtoppen geplaatst. De zonnegod heette Inti, de maangod Quilla. De verering van de zon werd tijdens het bewind van Wiraqocha als enig geloof ingesteld. In de stad Tiahuanacu bij het Titicacameer zijn er nog mooie ruïnes van een centrum gewijd aan Wiraqocha, de oppergod. Tiwanaku is overigens niet door de Inca's gebouwd, maar door een aan de Inca's voorafgaande cultuur.

Hun godsdienst heette het Intioisme.

De Inca's geloofden in een leven na de dood en ze vereerden ook hun voorvaderen. De lichamen van hun voorvaderen waren de belangrijkste voorwerpen binnen het rijk. Het was net alsof ze nog leefden, want de Inca's spraken met hun voorvaderen over de dingen die gingen gebeuren.

Als er mensen doodgingen op het platteland, dan werden ze gebalsemd in een tombe in de vorm van een bijenkorf met vaten voedsel en chicha, zodat men te eten had in het hiernamaals. De familie hield acht dagen begrafenisceremonies en de vrouwen knipten hun haar af.

De mummies van de Inca's werden ook bijgehouden. Ze werden gebruikt als een soort economisch systeem. Zo behoorde een stuk grond tot een familie (omdat het eigendom was van de grootouders): dan gingen ze met de mummies van de grootouders naar de anderen om te bewijzen dat het stuk grond aan hen toebehoorde omdat het van hun grootouders geweest was. De mummies dienden hierbij dus als een soort bewijsstuk.

Recent onderzoek (in Machu Picchu) duidt aan dat langs de rand van de stad de stenen (exacte) kopieën zijn van de omringende bergen. Er wordt verondersteld dat de inca's de bergen als goden beschouwden en ze vereerden.

 

Taal

De Inka's spraken een zuidelijke variant van het Quechua. De Inca-elite, de échte Inca's, spraken een geheime taal waarvan de wetenschap nog steeds niet weet welke taal het is. Op de Engelstalige Wikipedia valt te lezen dat de eigenlijke Inca-stam, die de elite van het Tawantin Suyu werd, een Aymara-variant sprak. Het Quechua is een taal waarvan de oorsprong in het kustgebied van midden-Peru ligt. Deze taal verspreidde zich naar het gebied van Cusco en werd vervolgens door de Inca's gebruikt als de lingua franca van hun rijk en op die manier verspreidt over de Andes.

Andere talen, waarvan het Aymara het belangrijkste was, werden zoveel mogelijk onderdrukt. Wanneer de Inca's een nieuw gebied veroverd hadden, deporteerden ze een deel van de bevolking, dat ze vervingen door indiaanse stammen die de Inca's beter gezind waren en al de Inca cultuur droegen en Quechua spraken. Hierdoor konden ze hun taal en cultuur effectief aan de onderworpen volkeren opleggen. De Inca's kenden geen schrift. Voor de administratie van in aantallen uit te drukken gegevens gebruikten ze als mnemotechnisch hulpmiddel de Quipu, touwen met knopen. Quipu's zijn nog altijd niet ontcijferd.

Techniek

Bijzonder was dat de Inca's een aantal elementaire uitvindingen zoals het wiel en het schrift niet kenden, maar toch een zeer hoogstaande beschaving hadden. Waarschijnlijk is dit te verklaren door hun hoge organisatiegraad en hun substituten. De quipu's maakten bijvoorbeeld administratie mogelijk. Wielen en karren waren in het bergachtige kernland vaak onhandig. Communicatie werd door middel van menselijke koeriers in stand gehouden.

Kleding

De kleren van de Inca's waren gemaakt van katoen of wol. De mannen droegen een lendendoek die om hun middel hing met daarover een tuniek, die op een poncho leek en gemaakt was van alpacawol. Als het koud was, hadden ze een mantel van wol om. Aan hun voeten hadden ze sandalen en ze hadden wollen koordjes in hun haar.

De vrouwen hadden een enkellange tuniek van alpacawol aan. Daarover hadden ze een omslagdoek, die op werd gehouden met een speld. Ook vrouwen hadden sandalen aan hun voeten.

Hogere Inca's hadden dezelfde kleren aan, maar die waren van een betere kwaliteit. Ook hadden zij speciale voorwerpen zoals hoofdtooien en gouden sieraden en oorknoppen.

Bestaansmiddelen

De Inca’s leefden van de landbouw. Hun belangrijkste middel van bestaan is akkerbouw. De meeste Inca's waren dan ook boer. De Inca boeren bevloeiden en bemestten het land en verbouwden ruim 20 producten, zoals maïs, aardappelen, cacao, tomaten en tabak. In andere delen van de wereld kende men die toen niet. Deze producten moesten natuurlijk wel verbouwd worden, dit deden de mannen. De vrouwen maakten o.a. kleding, en van maïs maisbier. Dit maïs bier werd veel gebruikt bij maaltijden.

 

 

Leger

De Sapa Inka stond aan het hoofd van het leger. Hij had een persoonlijke lijfwacht voor het geval dat hij in gevaar kwam. Hij koos ook zelf zijn generaals uit. Alle mannen tussen de 25 en 50 jaar konden hiervoor in aanmerking komen. Als ze in aanmerking kwamen, werden ze speciaal opgeroepen.

Het goed georganiseerde leger werd hiërarchisch bestuurd:

  • de 'Chunka Camayoq' had 10 mensen onder zich.
  • de 'Pachaq Camayoq' had 100 mensen onder zich
  • de 'Waranqa Camayoq' had 1000 mensen onder zich
  • de 'Apu' was de kapitein van 2500 mensen
  • de 'Hatun Apruratin' was een onderbevelhebber met 5000 mensen onder zich
  • de hoogste bevelhebber was de generaal, die 10.000 mensen onder zich had

Wapens

De Inka's in het oosten waren experts met de boog. De kuststammen gebruikten vooral speren en werppijlen. Sommige stammen gebruikten Bola's, dat waren 2 of 3 stenen die door koorden bij elkaar werden gehouden. Dit wapen kon zich rond de benen of poten van mens of dier wikkelen en kon gemene wonden veroorzaken. Houten zwaarden met bronzen snijvlakken werden overal gebruikt. Het leger in oorlogstijd bestond uit ongeveer 250.000 soldaten, in vredestijd uit 70.000 manschappen.

Een bijzonder wapen dat de inca's gebruikten waren gloeiende stenen, gewikkeld in een met brandbare vloeistof doordrenkte doek. Wanneer deze stenen naar de vijand werden geslingerd, vatten ze door de wrijving vlam, waardoor ze insloegen als brandbommen.

Strategie

De Inca's begonnen hun gevechten met veel lawaai. Dan begonnen de slingeraars, gevolgd door de boogschutters, pijlwerpers en de Bola's. Vervolgens begon het lijf aan lijf gevecht. De Inca's zochten de belangrijkste krijgers in het leger die vervolgens werden uitgeschakeld door een speciaal uitgezocht groepje krijgers.

De reservetroepen werden weggehouden van verwarrende gevechten zodat ze naar de frontlijn konden worden gestuurd als dit nodig was. Ze konden dan via een zijkant aanvallen, of gewoon rugdekking geven aan de aanvallende troepen. De Inca's probeerden de vijand van een sterke positie te verdrijven door de struiken en het gras in brand te steken.

 

 
Copyright © Explore Perú All rights Reserved.