|
|
Algemeen
Peru
(officieel: República del Perú, is een republiek in Zuid-Amerika. De totale
oppervlakte van Peru is 1.285.216 km2, inclusief 4997 km2 van het Peruaanse deel
van het Titicacameer en exclusief 95 km2 van de eilanden in de Grote Oceaan.
Peru komt wat grootte betreft in Zuid-Amerika op de derde plaats, achter
Brazilië en Argentinië. Het land is ongeveer 35 keer zo groot als Nederland.
Peru ligt langs de kust van de Stille Oceaan (2400 km lange kustlijn) en wordt
begrensd door Colombia (1496 km) en Ecuador (1420 km) in het noorden, Brazilië
(1560 km) in het oosten en door Bolivia (900 km) en Chili (160 km) in het
zuiden.
Landschap
Van west naar oost
kunnen drie gebieden worden onderscheiden: de Costa, de Sierra en de Selva.
De Costa omvat het voornamelijk woestijnachtige gebied langs de steile kust
tussen de Grote Oceaan en de westelijke berghellingen van de Andes (ca. 11% van
de totale oppervlakte van Peru). Deze 2400 kilometer lange kuststrook is een van
de droogste gebieden op aarde; in sommige gebieden regent het maar een keer per
twee jaar. Samen met de Atacama-woestijn in Chili vormt het een van de grootste
woestijngebieden ter wereld.
De kustvlakte is alleen in het noorden (zandwoestijn van Sechura) tot 160
kilometer breed; zuidwaarts varieert de breedte van 30 tot 100 km. Het landschap
bestaat deels uit vlakten en zandduinen, deels uit heuvelland dat langzaam
overloopt in het Andesgebergte.
De Sierra omvat het Andesgebied, bestaande uit twee grote van noord naar zuide
lopende ketens, de Cordillera Occidental en de Cordillera Oriental. Het gebergte
beslaat ongeveer een derde van het land en de breedte varieert van 240 tot 400
kilometer.
In het noorden van het land liggen deze ketens dicht bij elkaar, maar in
Zuid-Peru is deze afstand groot en hier ligt de Altiplano, een grote hoogvlakte
die terras gewijs afloopt naar het Titicacameer en een gemiddelde hoogte heeft
van zo‘n 4000 meter. De hoogvlakte loopt door tot Zuid-Bolivia en ten westen van
het meer loopt de Cordillera Marítima af naar de kust, met hoge vulkanen zoals
de Misti (5822 meter) bij Arequipa.
De Cordillera Occidental is een vrijwel aaneengesloten keten. Het hoogste
gedeelte bereikt deze keten in de Cordillera Blanca, een ononderbroken en sterk
vergletsjerde keten met 29 bergen boven de 6000 meter, waarvan de Huascarán Sur
met 6768 meter de hoogste berg van Peru is. In de Cordillera Blanca ligt ook de
tweede berg van Peru, de 6655 meter hoge Huascarán Norte. De Cordillera Oriental
wordt onderbroken door een aantal grote dwarsdalen, die quebrada’s genoemd
worden.
Dat de Andes ooit op zeeniveau heeft gelegen wordt bewezen door de vondst van
fossielen en schelpen op 5000 meter hoogte. Door het op elkaar botsen van de
continentale platen is de Andes ontstaan, en dit proces is nog steeds gaande.
Hierdoor is er nog veel vulkanische activiteit waar te nemen en komen er nog
regelmatig aardbevingen voor. Actief vulkanisme komt alleen nog in de omgeving
van Arequipa en verder zuidwaarts voor. In het noorden en midden van de
Peruaanse Andes zijn alle vulkanen gedoofd.
Ten noordwesten van Arequipa ligt de Cañón del Colca, met een diepte van 3182
meter, een van de diepste ravijnen ter wereld. De Selva omvat het gebied ten
oosten van het Andesgebergte, en kan worden onderverdeeld in de Selva Alta (Hoge
Selva) of Montaña, de oostelijke zeer sterk versneden Andeshellingen, zodat een
landschap van scherpe bergkammen tussen diepe dalen ontstaan is, en de Selva
Baja (Lage Selva), de Amazonelaagvlakte. Dit tropische laagland beslaat meer dan
de helft van het Peruaanse grondgebied.
De ligging van Peru aan de rand van een tektonisch actief gebied is de oorzaak
van het optreden van vulkanische verschijnselen en aardbevingen.
In Zuid-Peru zijn nog enkele vulkanen actief, o.a. El Misti (5835 m). De
zwaarste aardbeving sinds eeuwen heeft zich op 31 mei 1970 voorgedaan in
Midden-Peru, waarbij grote verwoestingen werden aangericht in het dal van de Río
Santa (Huaylasvallei) en de steden Huaráz en Yungay van de aardbodem werden
weggevaagd.
Klimaat
Het laagland ligt geheel
in het gebied van het tropische regenklimaat. De temperaturen en de regenval
zijn overal hoog, vooral in het noordoosten. Zo heeft Iquitos een gemiddelde
temperatuur 32°C en er valt bijna 3000 mm neerslag per jaar. De natste plaatsen
van Peru liggen op de oostelijke hellingen.
De regentijd duurt van januari tot april, en overstromingen en
aardverschuivingen zijn dan geen zeldzaamheid. Gedurende de droge tijd
(mei-oktober) regent het soms weken achter elkaar niet.
In de zuidelijke regenwouden komen onverwachte koufronten uit het zuiden voor,
die ‘friajes’ worden genoemd. Ze veroorzaken winderige, regenachtige dagen met
dagtemperaturen van 13°-18°C en nachttemperaturen tot 10°C.
Geheel anders is het klimaat in de bergen en op de Altiplano, de hoogvlakte.
Hier heerst, al naar gelang de hoogte en de ligging een gematigd tot zelfs een
arctisch klimaat. De gematigde streken zijn soms regenrijk, soms droog. De
droogste tijd in de bergen ligt tussen mei en oktober, maar in de maanden juni
tot augustus zijn er af en toe ‘nevada’s’, met sneeuwval op de toppen en hagel
of regen in de dalen. Rond de 4700 meter hoogte variëren de temperaturen van
20°C overdag tot -15°C ’s nachts.
In de regentijd (oktober-april) ontvangen de oostelijke hellingen onder invloed
van de passaat nog veel neerslag. De hoogvlakte en de lengtedalen liggen echter
in de regenschaduw van de hoge Cordillera's. Op de zuidelijke hoogvlakten komen
aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht voor en hier lijkt een
toendraklimaat te heersen.
De sneeuwgrens ligt in de Cordillera Blanca meestal iets onder de 5000 meter. In
verder naar het zuiden en verder landinwaarts gelegen delen van de Andes schuift
deze op tot wel 6000 meter.
De westkust is droog. De zuidoostpassaat waait hier van zuid naar noord parallel
aan de kust, maar heeft onder invloed van de koude Peru- of Humboldtstroom en de
felle tropenzon een geringe vochtigheid, zodat bij stijging voor de kust alleen
nevel en motregen (garúa of camanchaca) worden gevormd. Door de koude
Perustroom, met water uit het zuidpoolgebied, zijn de temperaturen aan de kust
ca. 5 °C lager dan die op dezelfde hoogte aan de Atlantische kust van
Zuid-Amerika. Vooral de hoofdstad Lima heeft er in de maanden april-november
veel last van. Augustus heeft dan temperaturen tussen 13-17°C, terwijl de
temperatuur normaal gesproken schommelt tussen 20°-26°C. De jaarlijkse neerslag
bij Lima is gemiddeld 34 mm; vaak valt er jaren achtereen geen neerslag. Klik op
onderstaande Link voor het actuele weer per plaats per half uur geupdate
Planten
De woestijnachtige
kuststrook is op sommige plaatsen vrijwel onbegroeid, op andere plaatsen bestaat
de begroeiing slechts uit wat struikjes en lage, doornige bomen als de algorobo,
een acaciasoort.
Wat verder landinwaarts neemt de vegetatie toe met veel cactussen, vetplanten en
epyfieten die zich aan rotsen en andere planten hechten. Enkele voorbeelden zijn
bromelia’s, orchideeën en tillandsia’s.
Als de zeemist enkele maanden boven de kuststrook hangt leeft de
woestijnbegroeiing op en zijn er kortstondig bolgewassen als lelies en begonia’s
te zien.
In het uiterste noorden van het Peruaanse kustgebied komen mangrovebossen voor.
In de vrij droge valleien van de Andes groeien onder meer agaves, bromelia’s en
cactussen, zoals de kandelaarcactus en de meloencactus.
De vochtiger dalen hebben een gevarieerde vegetatie, waaronder verschillende
soorten orchideeën en bromelia’s. Op 4500 meter hoogte groeit de zeldzame
reuzenbromelia Puya raimondi, met een recordstengel van wel tien meter waaraan
zo’n 20.000 bloemen eenmalig bloeien waarna ze sterft. Tot 5000 meter komt een
van de hoogst groeiende bomen voor, de qeñoa of polylepisboom, samen met grote
lupines en de rimarina, een beschermde ranonkelsoort. Bijzonder zijn ook de
yaretas, mossen die dicht op elkaar groeien in bolvormige structuren, o.a. d
zeldzame azorella-kussens.
In de Andes zijn ook vele soorten maïs en aardappelen te vinden. Van de maïs
kennen we 49 soorten, van de aardappel zijn honderden wilde en gekweekte soorten
bekend.
De boomgrens ligt in Peru rond de 3500 tot 4000 meter. De vegetaties tussen de
boom- en sneeuwgrens worden, afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, paramo of
puna genoemd. Punavegatatie bestaat uit grassen, (korst)mossen en wat kruiden en
struiken.
In het natte noorden van de Peruaanse Andes groeien de paramovegetaties, naast
grassen groeien hier ook mossen, varens, kruiden en struiken. Bekende planten
zijn hier de bergbromelia’s of puya’s.
De dichtbegroeide nevelwouden liggen op de steile en vochtige hellingen aan de
oostkant van de Andes. In dit ‘Ceja de la Montaña is het vaak nevelig en valt
veel neerslag.
Op de bomen van het nevelwoud groeien vele soorten mossen, varens, orchideeën en
bromelia’s; aan de takken hangen lange baardmossen. Op de grond groeien
fuchsia’s, begonia’s, bomarea’s en pantoffelplantjes. Daar tussendoor staan
metershoge boomvarens en bergbamboe.
Het nevelwoud gaat langzaam over in het de tropische regenwouden van het
Amazonegebied. Hier komen onder andere ca. 2500 soorten loofbomen, waaronder 80
soorten palmen. De grootste bomen bereiken een hoogte van 60-70 meter en hebben
vaak enorme plankwortels om zich staande te houden. De kronen van deze bomen
kunnen wel een doorsnede hebben van 30 meter, en bestaan vaak uit kleine, dikke,
leerachtige bladeren. Tegen de stammen van deze woudreuzen groeien lianen,
epyfieten en parasieten. Onder de bomen groeien vele struiken, varens, en
bladplanten als de opvallende heliconia, de aronskelk en wilde gembers.
Orchideeën groeien vaak net onder de bladerkroon van de hoge bomen.
Enkele typische cultuurgewassen voor de Andes zijn de yuca en de rubberboom.
Dieren
ZOOGDIEREN
De rode brulaap is
een zeer luidruchtige bewoner van het Peruaanse regenwoud, die in groepen van
ca. 15 exemplaren boven in de bomen leeft. De zwarte slingeraap beweegt zich met
grote snelheid door het bladerdak van het oerwoud. Kapucijnapen zijn zeer
intelligent; er zijn twee soorten, de bruine kapucijnaap en de
witkopkapucijnaap. In de buurt van de kapucijnapen leven ook vaak grote groepen
kleine doodshoofdaapjes, vaak in de onderste laag van de vegetatie. Vanwege het
vlees wordt er veel op wolapen gejaagd; de meest algemene soort in Peru is de
grijze wolaap. Het nachtaapje is het enige nachtdier onder de Zuid-Amerikaanse
apen. De kleine klauw- of dwergaapjes wegen vaak niet meer dan een halve kilo,
onder andere penseelaapjes, zijdeaapjes en leeuwaapjes. De zadelrugtamarin komt
het meest voor in Peru
De tandarme zoogdieren behoren tot de meest karakteristieke zoogdieren van
Zuid-Amerika. Gordeldieren beschermen zichzelf tegen roofdieren door hun benige
schild. In de regenwouden van het laagland leeft het reuzengordeldier. De drie
Latijns-Amerikaanse miereneters komen allen voor in Peru. De meest algemene is
de tamandua, zeldzaam zijn de reuzenmiereneter en de dwergmiereneter. In het
bladerdak leven de op de kop aan takken hangende trage tweeteenluiaard en de
drieteenluiaard.
In de meest ontoegankelijke wouden en moerassen leeft het bekendste en de
grootste katachtige van Zuid-Amerika, de jaguar. De poema of bergleeuw komt tot
op zeer grote hoogte voor. Andere Peruaanse katachtigen zijn de jaguaroundi, de
ocelot, de tijgerkat en de margay. De pampaskat is een typisch dier van de
bergvalleien, de Andes-kat is zeer zeldzaam en komt alleen voor in de zuidelijke
hooglanden. De reuzenotter kan inclusief een 70 centimeter lange staart bijna 2
meter lang worden. In Peru leven nog maar enkele tientallen exemplaren. De
zwarte brilbeer, de enige berensoort van Zuid-Amerika, is zeer zeldzaam en komt
alleen nog maar voor op de oostelijke hellingen van de Andes. Het stinkdier komt
voor tot op 4100 meter hoogte, van de kust tot in het nevelwoud aan de oostkant
van de Andes. De Andes-vos komt in het hele Andesgebied voor en staat iets hoger
op de poten dan zijn Europese en Amerikaanse tegenhangers. De Andes-wezel valt
prooidieren aan die twee keer zo groot als hijzelf.
Van de vier soorten kameelachtigen leven alleen de vicuña en de guanaco nog in
het wild; de lama en de alpaca zijn al duizenden jaren geleden gedomesticeerd
door de hooglandindianen van Peru. De vicuña leeft tot op zeer grote hoogte in
Zuid-Peru; de guanaco komt nog maar zelden voor in het Peruaanse hoogland.
Tot de knaagdieren behoren de agouti, de bergvizcacha (grote chinchillasoort) en
de paca, na de capibara of waterzwijn, het grootste knaagdier ter wereld. Een
veel voorkomend diertje is de wilde cavia of ‘cuy’. Tot de hoefdieren behoren
borstelzwijnen als de kraagpecari en witlippecari, en verder de tapir, het
grootste zoogdier van Peru. Typische bosdieren zijn neusbeertjes of tejón. Het
reservaat Santuario Nacional de las Pampas del Heath langs de Boliviaanse grens
is de enige plaats in Peru waar het moerashert rondloopt. Twee andere
hertensoorten komen vrij veel voor, het witstaarthert en de ‘taruka’, bijna
uitgestorven en levend op extreme hoogtes. In het nevelwoud leven twee kleine
soorten herten, het dwergspieshert en de roodkleurige Pudua humilis.
VOGELS
In Peru komen
ongeveer 1800 vogelsoorten voor. De indrukwekkendste roofvogel van Peru, en
tevens de grootste roofvogel op aarde, is de Andescondor met een spanwijdte van
ca. drie meter. Verwanten van deze gigant zijn de zwarte gier, de koningsgier en
de kalkoengier. Een opvallende roofvogel is de bergcaracara, een zwart witte
vogel met en rood, kaal gezicht. De zwaluwstaartwouw komt voor van het
Andesgebied tot aan het hooggebergte.
De nationale vogel van Peru is de rode rotshaan, die leeft in de nevelwouden op
de hellingen van de Andes. Andere bewoners van het nevelwoud zijn de groene
gaai, de gekraagde gaai, de vetvogel en het Andes-sjakohoen, een grote bosvogel
die voornamelijk in de bomen leeft.
Twee grote toekansoorten zijn de Cuviers toekan en de smaragdarasari’s. De
grootste papegaaien van Peru zijn de vele soorten ara’s, onder andere de
blauwgele ara, de roodgroene ara, de geelvleugelara, de rode ara en de
groenvleugelara. Kleinere papegaaien zijn de blauwkoppapegaai, grote amazone en
witoogaratinga.
Kolibries komen alleen op de Amerikaanse continenten voor. In Peru leven
ongeveer vijftig soorten die zowel in het laagland als op de hoogste toppen van
de Andes leven. De oasekolibrie leeft in de oases langs de kust, de gekraagde
inca leeft in het nevelwoudgebied.
In de lagunes en langs rivieren leven grote steltlopers als de grote
zilverreiger, witnekreiger, koereiger, schimmelkopooievaar, roze lepelaar en de
grote, maar zeldzame jabiru. Diep in het woud langs de waterkant leven vijf
soorten ijsvogels, onder andere de grote geringde ijsvogel en de kleine
pygmee-ijsvogel.
De zangvogelorde van Peru bestaat uit meer dan twintig families en honderden
soorten, zoals boomklevers, ovenvogels, mierenvogels, mannequins,
vliegenvangers, zwaluwen, gaaien, winterkoninkjes, spotvogels, merels,
wevervogels, tangaren, vinken en mussen.
Rond de bergmeren en in de moerassige dalen leeft de geelvleugelmerel en op 4000
meter hoogte leven onder andere de reuze Andeskoet, blauwsnaveleenden, futen,
ralreigers, Andesmeeuwen, de donkere puna ibis en zwarte Andesganzen. De
mierenetende grondspecht leeft op de boomloze puna’s.
Oropendula’s zijn troepialen, die veel voorkomen in de gehele tropische
laagvlakte en tot 2000 meter hoogte in het nevelwoud. De bijzondere hoatzin is
een grote hoenderachtige. De kustwoestijn herbergt een gespecialiseerde fauna,
waaronder een in holen in de grond broedend uiltje.
Opmerkelijke Amazone-vogels zijn de goudkopquetzal, paradijstanga,
witvleugeltrompetvogel, jacana, harpij, bonte kuifarend, zwarthalscotinga,
tijgerroerdomp, draadmanneke en Amerikaanse jassana.
REPTIELEN EN AMFIBIEËN
De grootste slang van Peru is de anaconda, die wel acht meter lang kan worden.
Een andere grote wurgslang is de boa constrictor. De Peruaanse gifslangen zijn
grofweg te verdelen in groefkopadders als de lanspuntslang of fer-de-lance en de
bontgekleurde giftige koraalslangen.
De meest algemene krokodilachtige van Peru is de brilkaaiman en de twee keer zo
grote, maar zeldzame zwarte kaaiman.
De arrau is de grootste rivierschildpad van Peru en de terekay is een kleinere
variant.
Er leven vele soorten kikkers in Peru, waarvan de kleurige gifpijlkikkers de
opvallendste zijn.
|