Home
Inca Trail
Trekking
Excursies
Offerte samenstellen
Helpdesk
Jungle expedities
Individuele rondreizen

   

Peru en Bolivia 25 dagen

 

 

Vanaf slechts € 1469,00
 

.

     
 

REISSCHEMA

BESCHRIJVING VERTREKDATA /PRIJS UITBREIDINGEN PRAKTISCHE INFORMATIE
 

 

     
   

Peru (officieel: República del Perú), is een republiek in Zuid-Amerika. De totale oppervlakte van Peru is 1.285.216 km2, inclusief 4997 km2 van het Peruaanse deel van het Titicacameer en exclusief 95 km2 van de eilanden in de Grote Oceaan. Peru komt wat grootte betreft in Zuid-Amerika op de derde plaats, achter Brazilië en Argentinië. Het land is ongeveer 35 keer zo groot als Nederland.  Peru ligt langs de kust van de Stille Oceaan (2400 km lange kustlijn) en wordt begrensd door Colombia (1496 km) en Ecuador (1420 km) in het noorden, Brazilië (1560 km) in het oosten en door Bolivia (900 km) en Chili (160 km) in het zuiden.

Landschap
Van west naar oost kunnen drie gebieden worden onderscheiden: de Costa, de Sierra en de Selva.

De Costa omvat het voornamelijk woestijnachtige gebied langs de steile kust tussen de Grote Oceaan en de westelijke berghellingen van de Andes (ca. 11% van de totale oppervlakte van Peru). Deze 2400 kilometer lange kuststrook is een van de droogste gebieden op aarde; in sommige gebieden regent het maar een keer per twee jaar. Samen met de Atacama-woestijn in Chili vormt het een van de grootste woestijngebieden ter wereld.
De kustvlakte is alleen in het noorden (zandwoestijn van Sechura) tot 160 kilometer breed; zuidwaarts varieert de breedte van 30 tot 100 km. Het landschap bestaat deels uit vlakten en zandduinen, deels uit heuvelland dat langzaam overloopt in het Andesgebergte.


De Sierra omvat het Andesgebied, bestaande uit twee grote van noord naar zuide lopende ketens, de Cordillera Occidental en de Cordillera Oriental. Het gebergte beslaat ongeveer een derde van het land en de breedte varieert van 240 tot 400 kilometer.
In het noorden van het land liggen deze ketens dicht bij elkaar, maar in Zuid-Peru is deze afstand groot en hier ligt de Altiplano, een grote hoogvlakte die terrasgewijs afloopt naar het Titicacameer en een gemiddelde hoogte heeft van zo‘n 4000 meter. De hoogvlakte loopt door tot Zuid-Bolivia en ten westen van het meer loopt de Cordillera Marítima af naar de kust, met hoge vulkanen zoals de Misti (5822 meter) bij Arequipa.
De Cordillera Occidental is een vrijwel aaneengesloten keten. Het hoogste gedeelte bereikt deze keten in de Cordillera Blanca, een ononderbroken en sterk vergletsjerde keten met 29 bergen boven de 6000 meter, waarvan de Huascarán Sur met 6768 meter de hoogste berg van Peru is. In de Cordillera Blanca ligt ook de tweede berg van Peru, de 6655 meter hoge Huascarán Norte. De Cordillera Oriental wordt onderbroken door een aantal grote dwarsdalen, die quebrada’s genoemd worden.
Dat de Andes ooit op zeeniveau heeft gelegen wordt bewezen door de vondst van fossielen en schelpen op 5000 meter hoogte.Door het op elkaar botsen van de continentale platen is de Andes ontstaan, en dit proces is nog steeds gaande. Hierdoor is er nog veel vulkanische activiteit waar te nemen en komen er nog regelmatig aardbevingen voor. Actief vulkanisme komt alleen nog in de omgeving van Arequipa en verder zuidwaarts voor. In het noorden en midden van de Peruaanse Andes zijn alle vulkanen gedoofd.
Ten noordwesten van Arequipa ligt de Cañón del Colca, met een diepte van 3182 meter, een van de diepste ravijnen ter wereld.

De Selva omvat het gebied ten oosten van het Andesgebergte, en kan worden onderverdeeld in de Selva Alta (Hoge Selva) of Montaña, de oostelijke zeer sterk versneden Andeshellingen, zodat een landschap van scherpe bergkammen tussen diepe dalen ontstaan is, en de Selva Baja (Lage Selva), de Amazonelaagvlakte. Dit tropische laagland beslaat meer dan de helft van het Peruaanse grondgebied. De ligging van Peru aan de rand van een tektonisch actief gebied is de oorzaak van het optreden van vulkanische verschijnselen en aardbevingen.
In Zuid-Peru zijn nog enkele vulkanen actief, o.a. El Misti (5835 m). De zwaarste aardbeving sinds eeuwen heeft zich op 31 mei 1970 voorgedaan in Midden-Peru, waarbij grote verwoestingen werden aangericht in het dal van de Río Santa (Huaylasvallei) en de steden Huaráz en Yungay van de aardbodem werden weggevaagd.

Rivieren en meren


In Peru ontstaat de machtige Amazone-rivier, hoewel over de precieze oorsprong nog altijd getwist wordt. Gemeten vanaf Peru tot aan de monding is de lengte van de Amazone ca. 6400 kilometer. Het stroomgebied strekt zich uit over een oppervlakte van zes miljoen vierkante kilometer. Door het tropische laagland van Peru (selva) meanderen meer dan vijfhonderd rivieren die allemaal uitkomen in de Amazone-rivier. Belangrijk zijn de grote brontakken van de Amazone, die hoog tussen de Andesketens ontstaan, de Río Marañón, Río Huallaga en Río Ucayali met Río Apurímac en Río Urubamba. In Zuid-Peru ontspringt op de oosthelling van de Cordillera Oriental de Madre de Dios, die oostwaarts via de Madeira naar de Amazone stroomt. De rivieren aan de westkust zijn, uitgezonderd de Río Santa, van weinig belang, doordat ze slechts een deel van het jaar water bevatten. De zuidwaarts stromende Río Ramis is de belangrijkste bronrivier van het Titicaca-meer, op 3812 m hoogte het hoogstgelegen bevaarbare meer ter wereld, waarvan 4996 km2 (totaal 8300 km2) tot Peru behoort. Het water van het meer komt verder uit vele riviertjes die regen- en smeltwater uit de Andes aanvoeren. Dwars door het meer loopt de grens met Bolivia.

Nog enkele gegevens:
Lengte: ca. 175 kilometer
Breedte: ca. 50 kilometer
Gemiddelde diepte: 100 meter
Grootst gemeten diepte: 283 meter
Watertemperatuur: vrij constant 13°C
Aantal eilanden in het meer: ca. 30

Klimaat

Het laagland ligt geheel in het gebied van het tropische regenklimaat. De temperaturen en de regenval zijn overal hoog, vooral in het noordoosten. Zo heeft Iquitos een gemiddelde temperatuur 32°C en er valt bijna 3000 mm neerslag per jaar. De natste plaatsen van Peru liggen op de oostelijke hellingen. De regentijd duurt van januari tot april, en overstromingen en aardverschuivingen zijn dan geen zeldzaamheid. Gedurende de droge tijd (mei-oktober) regent het soms weken achter elkaar niet. In de zuidelijke regenwouden komen onverwachte koufronten uit het zuiden voor, die ‘friajes’ worden genoemd. Ze veroorzaken winderige, regenachtige dagen met dagtemperaturen van 13°-18°C en nachttemperaturen tot 10°C.

Geheel anders is het klimaat in de bergen en op de Altiplano, de hoogvlakte. Hier heerst, al naar gelang de hoogte en de ligging een gematigd tot zelfs een arctisch klimaat. De gematigde streken zijn soms regenrijk, soms droog. De droogste tijd in de bergen ligt tussen mei en oktober, maar in de maanden juni tot augustus zijn er af en toe ‘nevada’s’, met sneeuwval op de toppen en hagel of regen in de dalen. Rond de 4700 meter hoogte variëren de temperaturen van 20°C overdag tot -15°C ’s nachts.

In de regentijd (oktober-april) ontvangen de oostelijke hellingen onder invloed van de passaat nog veel neerslag. De hoogvlakte en de lengtedalen liggen echter in de regenschaduw van de hoge Cordillera's. Op de zuidelijke hoogvlakten komen aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht voor en hier lijkt een toendraklimaat te heersen. De sneeuwgrens ligt in de Cordillera Blanca meestal iets onder de 5000 meter. In verder naar het zuiden en verder landinwaarts gelegen delen van de Andes schuift deze op tot wel 6000 meter.

De westkust is droog. De zuidoostpassaat waait hier van zuid naar noord parallel aan de kust, maar heeft onder invloed van de koude Peru- of Humboldtstroom en de felle tropenzon een geringe vochtigheid, zodat bij stijging voor de kust alleen nevel en motregen (garúa of camanchaca) worden gevormd. Door de koude Perustroom, met water uit het zuidpoolgebied, zijn de temperaturen aan de kust ca. 5 °C lager dan die op dezelfde hoogte aan de Atlantische kust van Zuid-Amerika. Vooral de hoofdstad Lima heeft er in de maanden april-november veel last van. Augustus heeft dan temperaturen tussen 13-17°C, terwijl de temperatuur normaal gesproken schommelt tussen 20°-26°C. De jaarlijkse neerslag bij Lima is gemiddeld 34 mm; vaak valt er jaren achtereen geen neerslag.  De droge tijd wordt eens in de zoveel jaar onderbroken door El Niño, een van de evenaar afkomstige warme stroom. Meestal gebeurt dit in de maand december en in 1998 richtte El Niño zeer veel schade aan in met name Noord-Peru. Talloze dorpen kregen te maken met zware overstromingen en modderstromen. In het El Niño-seizoen 1982/1983 ontving Lima meer dan 1000 mm neerslag!

Planten en dieren

Planten


De woestijnachtige kuststrook is op sommige plaatsen vrijwel onbegroeid, op andere plaatsen bestaat de begroeiing slechts uit wat struikjes en lage, doornige bomen als de algorobo, een acaciasoort. Wat verder landinwaarts neemt de vegetatie toe met veel cactussen, vetplanten en epyfieten die zich aan rotsen en andere planten hechten. Enkele voorbeelden zijn bromelia’s, orchideeën en tillandsia’s. Als de zeemist enkele maanden boven de kuststrook hangt leeft de woestijnbegroeiing op en zijn er kortstondig bolgewassen als lelies en begonia’s te zien.
In het uiterste noorden van het Peruaanse kustgebied komen mangrovebossen voor.

In de vrij droge valleien van de Andes groeien onder meer agaves, bromelia’s en cactussen, zoals de kandelaarcactus en de meloencactus. De vochtiger dalen hebben een gevarieerde vegetatie, waaronder verschillende soorten orchideeën en bromelia’s. Op 4500 meter hoogte groeit de zeldzame reuzenbromelia Puya raimondi, met een recordstengel van wel tien meter waaraan zo’n 20.000 bloemen eenmalig bloeien waarna ze sterft. Tot 5000 meter komt een van de hoogst groeiende bomen voor, de qeñoa of polylepisboom, samen met grote lupines en de rimarina, een beschermde ranonkelsoort. Bijzonder zijn ook de yaretas, mossen die dicht op elkaar groeien in bolvormige structuren, o.a. d zeldzame azorella-kussens. In de Andes zijn ook vele soorten maïs en aardappelen te vinden. Van de maïs kennen we 49 soorten, van de aardappel zijn honderden wilde en gekweekte soorten bekend. De boomgrens ligt in Peru rond de 3500 tot 4000 meter. De vegetaties tussen de boom- en sneeuwgrens worden, afhankelijk van de hoeveelheid neerslag, paramo of puna genoemd. Punavegatatie bestaat uit grassen, (korst)mossen en wat kruiden en struiken. In het natte noorden van de Peruaanse Andes groeien de paramovegetaties, naast grassen groeien hier ook mossen, varens, kruiden en struiken. Bekende planten zijn hier de bergbromelia’s of puya’s.

De dichtbegroeide nevelwouden liggen op de steile en vochtige hellingen aan de oostkant van de Andes. In dit ‘Ceja de la Montaña is het vaak nevelig en valt veel neerslag.
Op de bomen van het nevelwoud groeien vele soorten mossen, varens, orchideeën en bromelia’s; aan de takken hangen lange baardmossen. Op de grond groeien fuchsia’s, begonia’s, bomarea’s en pantoffelplantjes. Daar tussendoor staan metershoge boomvarens en bergbamboe.
 

Het nevelwoud gaat langzaam over in het de tropische regenwouden van het Amazonegebied. Hier komen onder andere ca. 2500 soorten loofbomen, waaronder 80 soorten palmen. De grootste bomen bereiken een hoogte van 60-70 meter en hebben vaak enorme plankwortels om zich staande te houden. De kronen van deze bomen kunnen wel een doorsnede hebben van 30 meter, en bestaan vaak uit kleine, dikke, leerachtige bladeren. Tegen de stammen van deze woudreuzen groeien lianen, epyfieten en parasieten. Onder de bomen groeien vele struiken, varens, en bladplanten als de opvallende heliconia, de aronskelk en wilde gembers. Orchideeën groeien vaak net onder de bladerkroon van de hoge bomen. Enkele typische cultuurgewassen voor de Andes zijn de yuca en de rubberboom.

Dieren


Zoogdieren
De rode brulaap is een zeer luidruchtige bewoner van het Peruaanse regenwoud, die in groepen van ca. 15 exemplaren boven in de bomen leeft. De zwarte slingeraap beweegt zich met grote snelheid door het bladerdak van het oerwoud. Kapucijnapen zijn zeer intelligent; er zijn twee soorten, de bruine kapucijnaap en de witkopkapucijnaap. In de buurt van de kapucijnapen leven ook vaak grote groepen kleine doodshoofdaapjes, vaak in de onderste laag van de vegetatie. Vanwege het vlees wordt er veel op wolapen gejaagd; de meest algemene soort in Peru is de grijze wolaap. Het nachtaapje is het enige nachtdier onder de Zuid-Amerikaanse apen. De kleine klauw- of dwergaapjes wegen vaak niet meer dan een halve kilo, onder andere penseelaapjes, zijdeaapjes en leeuwaapjes. De zadelrugtamarin komt het meest voor in Peru

De tandarme zoogdieren behoren tot de meest karakteristieke zoogdieren van Zuid-Amerika. Gordeldieren beschermen zichzelf tegen roofdieren door hun benige schild. In de regenwouden van het laagland leeft het reuzengordeldier. De drie Latijns-Amerikaanse miereneters komen allen voor in Peru. De meest algemene is de tamandua, zeldzaam zijn de reuzenmiereneter en de dwergmiereneter. In het bladerdak leven de op de kop aan takken hangende trage tweeteenluiaard en de drieteenluiaard.

In de meest ontoegankelijke wouden en moerassen leeft het bekendste en de grootste katachtige van Zuid-Amerika, de jaguar. De poema of bergleeuw komt tot op zeer grote hoogte voor. Andere Peruaanse katachtigen zijn de jaguaroundi, de ocelot, de tijgerkat en de margay. De pampaskat is een typisch dier van de bergvalleien, de Andes-kat is zeer zeldzaam en komt alleen voor in de zuidelijke hooglanden. De reuzenotter kan inclusief een 70 centimeter lange staart bijna 2 meter lang worden. In Peru leven nog maar enkele tientallen exemplaren. De zwarte brilbeer, de enige berensoort van Zuid-Amerika, is zeer zeldzaam en komt alleen nog maar voor op de oostelijke hellingen van de Andes. Het stinkdier komt voor tot op 4100 meter hoogte, van de kust tot in het nevelwoud aan de oostkant van de Andes. De Andes-vos komt in het hele Andesgebied voor en staat iets hoger op de poten dan zijn Europese en Amerikaanse tegenhangers. De Andes-wezel valt prooidieren aan die twee keer zo groot als hijzelf.

Van de vier soorten kameelachtigen leven alleen de vicuña en de guanaco nog in het wild; de lama en de alpaca zijn al duizenden jaren geleden gedomesticeerd door de hooglandindianen van Peru. De vicuña leeft tot op zeer grote hoogte in Zuid-Peru; de guanaco komt nog maar zelden voor in het Peruaanse hoogland.

Tot de knaagdieren behoren de agouti, de bergvizcacha (grote chinchillasoort) en de paca, na de capibara of waterzwijn, het grootste knaagdier ter wereld. Een veel voorkomend diertje is de wilde cavia of ‘cuy’. Tot de hoefdieren behoren borstelzwijnen als de kraagpecari en witlippecari, en verder de tapir, het grootste zoogdier van Peru. Typische bosdieren zijn neusbeertjes of tejón. Het reservaat Santuario Nacional de las Pampas del Heath langs de Boliviaanse grens is de enige plaats in Peru waar het moerashert rondloopt.

Twee andere hertensoorten komen vrij veel voor, het witstaarthert en de ‘taruka’, bijna uitgestorven en levend op extreme hoogtes. In het nevelwoud leven twee kleine soorten herten, het dwergspieshert en de roodkleurige Pudua humilis.

Vogels
In Peru komen ongeveer 1800 vogelsoorten voor. De indrukwekkendste roofvogel van Peru, en tevens de grootste roofvogel op aarde, is de Andescondor met een spanwijdte van ca. drie meter. Verwanten van deze gigant zijn de zwarte gier, de koningsgier en de kalkoengier. Een opvallende roofvogel is de bergcaracara, een zwart witte vogel met en rood, kaal gezicht. De zwaluwstaartwouw komt voor van het Andesgebied tot aan het hooggebergte.

De nationale vogel van Peru is de rode rotshaan, die leeft in de nevelwouden op de hellingen van de Andes. Andere bewoners van het nevelwoud zijn de groene gaai, de gekraagde gaai, de vetvogel en het Andes-sjakohoen, een grote bosvogel die voornamelijk in de bomen leeft.
Twee grote toekansoorten zijn de Cuviers toekan en de smaragdarasari’s. De grootste papegaaien van Peru zijn de vele soorten ara’s, onder andere de blauwgele ara, de roodgroene ara, de geelvleugelara, de rode ara en de groenvleugelara. Kleinere papegaaien zijn de blauwkoppapegaai, grote amazone en witoogaratinga.

Kolibries komen alleen op de Amerikaanse continenten voor. In Peru leven ongeveer vijftig soorten die zowel in het laagland als op de hoogste toppen van de Andes leven. De oasekolibrie leeft in de oases langs de kust, de gekraagde inca leeft in het nevelwoudgebied.
In de lagunes en langs rivieren leven grote steltlopers als de grote zilverreiger, witnekreiger, koereiger, schimmelkopooievaar, roze lepelaar en de grote, maar zeldzame jabiru. Diep in het woud langs de waterkant leven vijf soorten ijsvogels, onder andere de grote geringde ijsvogel en de kleine pygmee-ijsvogel.

De zangvogelorde van Peru bestaat uit meer dan twintig families en honderden soorten, zoals boomklevers, ovenvogels, mierenvogels, mannequins, vliegenvangers, zwaluwen, gaaien, winterkoninkjes, spotvogels, merels, wevervogels, tangaren, vinken en mussen.

Rond de bergmeren en in de moerassige dalen leeft de geelvleugelmerel en op 4000 meter hoogte leven onder andere de reuze Andeskoet, blauwsnaveleenden, futen, ralreigers, Andesmeeuwen, de donkere puna ibis en zwarte Andesganzen. De mierenetende grondspecht leeft op de boomloze puna’s. Oropendula’s zijn troepialen, die veel voorkomen in de gehele tropische laagvlakte en tot 2000 meter hoogte in het nevelwoud. De bijzondere hoatzin is een grote hoenderachtige. De kustwoestijn herbergt een gespecialiseerde fauna, waaronder een in holen in de grond broedend uiltje.

Opmerkelijke Amazone-vogels zijn de goudkopquetzal, paradijstanga, witvleugeltrompetvogel, jacana, harpij, bonte kuifarend, zwarthalscotinga, tijgerroerdomp, draadmanneke en Amerikaanse jassana.

Reptielen en amfibieen
De grootste slang van Peru is de anaconda, die wel acht meter lang kan worden. Een andere grote wurgslang is de boa constrictor. De Peruaanse gifslangen zijn grofweg te verdelen in groefkopadders als de lanspuntslang of fer-de-lance en de bontgekleurde giftige koraalslangen.
De meest algemene krokodilachtige van Peru is de brilkaaiman en de twee keer zo grote, maar zeldzame zwarte kaaiman.  De arrau is de grootste rivierschildpad van Peru en de terekay is een kleinere variant.  Er leven vele soorten kikkers in Peru, waarvan de kleurige gifpijlkikkers de opvallendste zijn.

Insecten
In het oerwoud van Peru leven honderdduizenden soorten insecten. De meeste opvallende zijn wandelende takken, wandelende bladeren, lantaarnvliegen, termieten en parasolmieren.

Vissen
Een van de grootste vissen van het Amazonegebied is de zwartwitte meerval surubí. Piranha’s zijn roofvissen die zelfs voor de mens gevaarlijk kunnen zijn. Ongevaarlijk maar wel nieuwsgierig zijn de zoetwaterdolfijnen. De ‘paiche’ is een primitieve vissoort die een lengte van twee meter kan bereiken en een gewicht van meer dan 80 kilo.

Reservaten
Bij de West-Peruaanse stad Pisco ligt het Reserva Natural Paracas, dat bestaat uit een schiereiland langs de woestijnkust. Voor de kust liggen de Islas Ballestas waar vele zeevogels voorkomen, zoals de bruine pelikaan, de Humboldtpinguïn, de grijze meeuw, de Amerikaanse scholekster, de zwarte scholekster, de Inca-stern, de fregatvogel, de roodpootaalscholver, de Humboldtgent en de Humboldtaalscholver. In mei en juni is de Chileense flamingo hier te vinden. Verder leven hier ca. 25.000 zeeleeuwen en zeeberen. In 1988 maakten Peruaanse wetenschappers melding van een nieuwe walvissoort, de mesplodon peruvianus, met maximaal vier meter lengte een van de kleinste vertegenwoordigers van de walvissenfamilie.

Geschiedenis

Prehistorie


Vanaf 10.000 jaar vóór het begin van onze jaartelling ontstonden de pre-Columbiaanse culturen in Peru. De overblijfselen daarvan zijn te vinden in de kuststrook, het Andesgebergte en in het Amazonegebied. Aan de andere kant bestaan er ook nog veel onduidelijkheden over de meest recente pre-Columbiaanse culturen. De eerste bewoners van het gehele continent Amerika zijn zeer waarschijnlijk aan het einde van de laatste ijstijd, ca. 12.000 jaar geleden, over een smalle ijsbrug van Azië naar Noord-Amerika getrokken. In een paar eeuwen tijd zijn deze nomadisch levende stammen van noord naar zuid getrokken, tot aan Vuurland in het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Een andere theorie is dat deze mensen niet over land, maar over zee, langs de kusten van Noord- en Zuid-Amerika zijn gevaren. Vondsten op verschillende plaatsen in Noord- en Zuid-Amerika, doen vermoeden dat er al veel eerder mensen woonden. Vondsten in Brazilië dateren al van meer dan 40.000 jaar geleden. Sporen in Peru, met name in het Andesgebied, dateren in ieder geval van ca. 10.000 jaar geleden. Ze zijn gevonden rondom Ayacucho en het Titicacameer. Het waren jagers en verzamelaars die in grotten leefden, waar ze tekeningen op de rotswanden en stenen gebruiksvoorwerpen achterlieten. Rond 6000 v.Chr. werden de eerste nederzettingen gebouwd en een begin gemaakt met vormen van landbouw en veeteelt. Zo werd de wilde guanaco getemd waar later de lama en de alpaca uit voortkwamen. Rond 3000 v.Chr. werden langs de noordelijke kust en in de bergen de eerste grote gebouwen neergezet en ontstonden de eerste maatschappelijke organisatievormen. Door de introductie van irrigatietechnieken trokken er ook steeds meer mensen naar het binnenland om daar een bestaan op te bouwen. Door de veredeling van maïs werden de gemeenschappen steeds groter.

Verschillende indianen-culturen


Een belangrijke bron van informatie over de pre-Columbiaanse culturen is het keramiek, dat dateert van ca. 1800 v.Chr., en vanaf 1500 v.Chr. in geheel Peru gebruikt werd. Er zijn afbeeldingen te vinden van goden en andere mythische figuren, maar ook taferelen uit het dagelijkse leven zijn te vinden op dit aardewerk. Verder zijn er grote verschillen waar te nemen in de vorm: in het noorden maakte men veelal aardewerk met platte bodems in de vorm van dieren of mensen, in het zuiden had het aardewerk ronde bodems, vaak met twee tuiten.
De Chavín-cultuur (1400-400 v.Chr.) was de eerste belangrijke samenleving in Peru, met grote prestaties op het gebied van architectuur en beeldhouwkunst.

Zij zorgden er ook voor dat maïs tot op grote hoogte verbouwd kon worden. De tempel Chavín de Huántar was in deze periode het godsdienstige centrum. Rond 400 v.Chr. verdween deze cultuur, maar een aantal ruïnes zijn nog steeds te bewonderen. De Paracas-cultuur (800-100 v.Chr.) ontstond in het woestijngebied aan de zuidkust van Peru, en breidde zich na 200 v.Chr. uit tot de dalen van de Piso en de Chincha. Ze bouwden kleine dorpen en leefden vooral van de landbouw. Opmerkelijk bij deze cultuur was de opzettelijke schedelvervorming bij pasgeborenen en ook schedeltrepanaties werden toegepast. Van deze cultuur zijn veel mummies gevonden en op weefgebied waren deze mensen onovertroffen. Na 100 v.Chr. verdween deze cultuur en werd in ongeveer hetzelfde gebied opgevolgd door de Nazca-cultuur (100 v.Chr-600 n.Chr.). De Nazca woonden aan de rand van de woestijn en bouwden huizen, tempels en begraafplaatsen. Ze irrigeerden het land en verbouwden onder uiteraard maïs en verder maniok en limabonen. De mooiste aardewerken voorwerpen werden in deze periode gemaakt door de Nazca-pottenbakkers. Een bijzonder fenomeen zijn de zogenaamde Nazca-lijnen, geogliefen van honderden meters die in de woestijnbodem werden gemaakt en dieren en planten voorstellen. Ze vormen waarschijnlijk een astronomische kalender, maar worden ook toegeschreven aan buitenaardse bezoekers. De laatste periode van de Nazca wordt gekenmerkt door de overgang naar de Wari-cultuur.
Tegelijkertijd met de Nazca-cultuur bestond ook de Moche-cultuur (100 v.Chr.-700 n.Chr.) langs de hele noordkust van Peru. De Moche waren ook kunstenaars op het gebied van de keramiek. Zij gebruikten als eerste mallen, matrijzen en stempels, waardoor er een enigszins industriële productie ontstond. Ze waren ook meesters in het verwerken van goud en ontwikkelden ook een techniek om tekeningen op een witte achtergrond te maken. Aan de zuidelijke oevers van het Titicaca-meer ontstond de grote Tiwanaku-cultuur. De Tiwanaku waren landbouwers die geavanceerde technieken gebruikten, maar ook een uitgebreid handelsnetwerk opbouwden. In een aantal opzichten is er duidelijke verwantschap met de Chavin- en de Nasca-cultuur. De Tiwanaku gebruikten bouwtechnieken die later door de Kolla- en de Inca-cultuur overgenomen werden.
De Wari (500-900) vestigden het eerste keizerrijk, door bijna alle bestaande culturen in de berggebieden en aan de kust te onderwerpen. Het was dan ook duidelijk een strijdlustig volk dat cultureel niet erg onderlegd was en veel stijlen en kennis kopieerde van andere volken. Door de Wari werd wel voor het eerst brons ontdekt en gebruikt. De Chimú-cultuur (1000-1480) ontwikkelde zich in hetzelfde gebied waar vroeger de Moche-cultuur bloeide. Belangrijk was de koningsstad Chan Chan, toen de grootste stad ter wereld met ca. 30.000 inwoners. Ze vergrootten de piramiden die door de Moche gebouwd waren en namen ook veel over van de Moche- en Wari-tradities. Doordat de keramiekkunst te gewoon was geworden leefde dit volk zich meer uit in de edelsmeedkunst. Veel van de goudschatten die door de Spanjaarden van de Inca’s geroofd werden, waren van de Chimú. Ze veroverden Lambayeque in het noorden en Chancay in het zuiden, maar werden zelf eind 15e eeuw door de Inca’s onder leiding van Tupac Yupanqui verslagen.
Ten zuiden van het Chimú-rijk ontstond de Chancay-cultuur (1000-1400), en in het Nazca-gebied bloeide de Ica-cultuur (900-1550) op. De Ica-cultuur, die ook aardewerk van hoge kwaliteit afleverde, werd in 1470 door de Inca’s ingelijfd. De Kuelap, die onder andere door de Wari en later door de Inca’s opgejaagd werden, trokken zich terug in afgelegen berggebieden en leefden daar van de landbouw. Aanvankelijk bouwden ze ook zeer grote verdedigingswerken, zoals het fort van Keulap in de bergen ten noordoosten van Cajamarca. De Kolla’s (900-1300) woonden ten westen van het Titicaca-meer en waren landbouwers, maar verzetten zich hevig tegen de legers van de Inca’s. De Kolla’s waren ook gerenommeerde steenbewerkers, die onder andere indrukwekkende graftorens bouwden.

Het Inca-rijk


Vanuit de hoofdstad Cusco in Peru kwam o.a. Bolivia onder het gezag van de Inca’s (1200-1500 na Chr.). De taal van de Inca’s, het Quechua, moest door elke onderdaan gesproken worden en is nu nog steeds één van de officiële talen van Peru. Het Inca-rijk was verdeeld in vier gebieden waarvan Collasuyo een groot deel van Peru, geheel Chili, een stukje Noord-Argentinië en het huidige Bolivia omvatte. De Inca’s legden wegen aan en bouwden aquaducten, terrassen, forten en tempels. Ook ontstonden er grote steden in de vlaktes. Uiteindelijk zouden maar liefst 43 verschillende volken door de Inca’s onderworpen worden. Rond 1520 brokkelde het Inca-rijk langzaam af door onder andere interne conflicten en de komst van de Europeanen. Het hoogtepunt van de Inca-cultuur had al met al nog geen honderd jaar geduurd.

De komst van de Europeanen


In 1492 ontdekte Christoffel Columbus een aantal eilanden in het Caribisch gebied en noemde de eilandbewoners indianen. Hij dacht immers dat hij via een korte route naar Zuidoost-Azie gevaren was en in India aangekomen was. Begin 16e eeuw kwam men er al snel achter dat er een geheel ‘Nieuwe wereld’ ontdekt was. Het was de ontdekkingsreiziger Amerigo Vespucci die langs de oostkust van het Amerikaanse continent voer en zo Argentinië en Vuurland ontdekte. Enkele jaren eerder was de te ontdekken wereld door paus Alexander VI in twee stukken verdeeld. Met het oog op de evangelisatie van alle vreemde volken kregen de Spanjaarden de opdracht om ten westen van de meridiaan van de Kaapverdische Eilanden alle gebieden te bezetten; de Portugezen ten oosten daarvan. In 1513 werd de Grote Oceaan ontdekt door de Spanjaard Vasco Nuñez de Balboa. Hij deed dit door de landengte van Panama over te steken. Later was hij ook de eerste die de Peruaanse kust in beeld kreeg, maar nog niet aan land ging. In de eerste helft van de 16e eeuw namen de Spanjaarden vrijwel het gehele Caribische gebied in handen en van daaruit werden er vele expedities gehouden die er toe leidden dat grote delen van Midden- en Zuid-Amerika veroverd werden. Deze veroveringstocht, begonnen door Hernán Cortez, werd de ‘conquista’ genoemd en de mensen die eraan deelnamen de conquistadores. De eerste conquistador die Peruaans grondgebied betrad was Francisco Pizarro, in 1525 bij Tumbes, in het noorden van Peru. Aanvankelijk bleef het daarbij, ondanks het feit dat er verteld werd over het machtige Inca-rijk waar veel te halen was voor de Spanjaarden. Enkele jaren later kreeg hij pas toestemming om terug te keren naar Peru, nu vergezeld van een behoorlijk groot leger. Op dat moment woedde al een strijd tussen de beide koningszonen Atahualpa en Huascar, onder wie het Inca-rijk was verdeeld. Ondanks het feit dat het Inca-rijk dus al in staat van verval verkeerde, had Pizarro met zijn mede-aanvoerder Diego de Almagro een list nodig om de Inca’s te verslaan. De Spanjaarden werden door de Inca-koning Atahualpa als ‘vrienden’ uitgenodigd, maar eenmaal daar aangekomen openden ze de onverwacht de aanval en namen de koning gevangen. Een half jaar later werd Atahualpa gedood door de Spanjaarden. Men trad daarna in onderhandeling met de broer van Atahualpa, Manco II. Deze wilde Atahualpa graag opvolgen en vroeg de Spanjaarden om steun. Die kreeg hij, waardoor de Spanjaarden hun gang konden gaan en alle Inca-steden plunderden, en schepen vol met goud en andere kostbaarheden naar Spanje verscheepten. Dat hierbij duizenden Inca’s het leven lieten, zal geen verwondering wekken. Tijdens de hele conquista op de Amerikaanse continenten werden miljoenen indianen gedood, niet alleen door oorlogshandelingen maar ook door nieuwe ziekten die de Europeanen meebrachten. In Peru brak ondertussen een machtsstrijd uit tussen Pizarro en Almagro, en ook de Inca’s onder leiding van Manco II lieten zich niet onbetuigd en vochten voor hun vrijheid. In 1538 werd Almagro door Pizarro geëxecuteerd en drie jaar later werd Pizarro zelf vermoord door de aanhangers van Almagro. In 1548 arriveerde de nieuwe onderkoning van Peru in de persoon van La Gasca. Hij onderdrukte een nieuwe opstand van de conquistadores onder Pizarro’s broer Gonzalo, die onthoofd werd. De indianen werden door de Spanjaarden als slaaf gebruikt en als minderwaardig ras behandeld. Het systeem zat zo in elkaar dat elke Spanjaard die zich in Zuid-Amerika vestigde, automatisch recht had om een bepaald gebied of dorp te pachten, een zogenaamd ‘encomienda’. De Spaanse pachters hadden wel de plicht om indianen tot het christendom te (laten) bekeren. In 1550 al werden echter de ‘Leyes Nuevas’ van kracht, waarin de slavernij officieel werd afgeschaft, althans wat de indianen betreft. In werkelijkheid werden de indianen nog eeuwenlang als slaven behandeld, en daar kwamen de uit West-Afrika gehaalde zwarten later nog bij. Verder probeerden de Spanjaarden uit alle macht om de inheemse godsdiensten en culturele uitingen te veranderen naar Spaanse maatstaven. Verder werden gouden en zilveren kunstvoorwerpen omgesmolten of verscheept naar Europa en werden goud- en zilvermijnen leeggeroofd. Met al deze kostbaarheden werden de vele Spaanse oorlogen bekostigd en de economie van de Europese landen kreeg een enorme impuls. Ook nu nog worden er expedities georganiseerd om vermeende enorme goudschatten te vinden.

Peru onafhankelijk


In 1739 werd het vice-koninkrijk Nieuw-Granada (Colombia, Venezuela en Panama) en in 1776 dat van Río de la Plata (Argentinië, Uruguay, Paraguay) van het vice-koninkrijk Peru afgescheiden.
Eind 18e eeuw brak er nogmaals een grote opstand tegen de Spanjaarden uit. Deze opstand stond onder leiding van Tupac Amarú II, wiens eigenlijke naam José Gabriel Condorcanqui was. Hij was een afstammeling van de Inca’s die ook een groot deel van de creolen en de mestiezen achter zich kreeg, want zoals geheel Spaans-Amerika leed ook Peru sterk onder het monopolie van handel en nijverheid van het moederland. Aanvankelijk was hij aan de winnende hand, maar uiteindelijk wisten de Spanjaarden hem toch te verslaan en in 1781 werd hij, samen met de andere opstandelingenleiders op barbaarse wijze geëxecuteerd; bij Tupac Amarú werd o.a. de tong uitgesneden. De onafhankelijkheidsstrijd in de Verenigde Staten werd met grote aandacht gevolgd door de hogere kringen in de Zuid-Amerikaanse koloniën. Toen de Verenigde Staten zich inderdaad losmaakte van Engeland was dat het sein voor de Zuid-Amerikaanse vrijheidsstrijders om in actie te komen. Belangrijk was ondertussen dat de positie van Spanje in Europa steeds minder belangrijk werd. In 1805 werd de Spaanse vloot bij de Slag van Trafalgar totaal vernietigd en in 1808 werd de Spaanse koning Karel IV door Napoleon gedwongen om af te treden. In 1812 werd Spanje een parlementaire democratie, wat in 1814 weer veranderde door de absolutistische Spaanse koning Ferdinand VII. Kortom, Spanje, eens het machtigste land ter wereld, raakte zijn leidende positie in snel tempo kwijt.
Een landing van revolutionairen uit Argentinië en Chili onder José de San Martín (1820) maakte ten slotte de onafhankelijkheidsverklaring mogelijk (28 juli 1821). Daarop volgde een strijd met de Spanjaarden, die zich in het zuiden hadden teruggetrokken. Pas na de hulp die Simón Bolívar verleende, kon de onafhankelijkheid bevestigd worden; in 1824 werden de Spanjaarden bij Ayacucho verslagen.
De Spaanse koningsgezinden gaven zich niet zonder slag of stoot over en vluchtten de bergen in om van daaruit te vechten tegen de opstandelingen. Deze strijd duurde nog tot 1826, maar daarna was het afgelopen met de Spanjaarden in Peru.
Bolívar had grootse plannen en wilde van heel Zuid-Amerika één grote onafhankelijke staat maken. Dit streven had echter weinig kans want daarvoor waren de verschillen tussen de afzonderlijke gebieden veel te groot. Aanvankelijk wist hij wel een ‘Groot-Colombia’ aaneen te smeden, maar al snel ontstonden overal afscheidingsbewegingen en in 1827 maakte Peru zich los uit deze constructie en werd definitief onafhankelijk.

De republiek Peru


Voor de boeren en arbeiders bleef de situatie vrijwel hetzelfde: de armoede bleef. Peru bleef in feite in handen van enkele machtige families. De export bestond op dat moment uit o.a zilver, suiker, olie, koffie, katoen, rubber (sinds ca. 1850) en guano, een waardevolle vogelmeststof. Het geld dat hiermee verdiend werd ging grotendeels naar de bezitters van de landerijen en buitenlandse investeerders uit met name Engeland en de Verenigde Staten. In 1864 werd een van de Peruaanse guano-eilanden door de Spanjaarden bezet en er brak daardoor een oorlog uit. Peru kreeg hulp van Chili, Ecuador en Bolivia, en de Spanjaarden werden in 1866 verslagen. In 1879 erkende Spanje eindelijk de onafhankelijke status van de republiek Peru. Hierna kozen de republieken Peru en Bolivia kort voor een gemeenschappelijk bestuur, maar splitsten zich uiteindelijk weer op in twee afzonderlijke republieken. De grenzen werden toen zodanig getrokken dat Bolivia de Atamaca-woestijn met de havenstad Antofogasta kreeg toegewezen, een groot deel van het huidige Chili. Chili viel in 1879 de kuststrook binnen en bezette de woestijn, waar veel kostbaar zout voor het oprapen lag. In de zogenaamde Salpeteroorlog of ‘Guerra del Pacifico’, kreeg Peru hulp van Bolivia. Er werden zeeslagen gehouden, bombardementen uitgevoerd en ook door een loopgravenoorlog sneuvelden er tienduizenden soldaten. Peru en Bolivia leden een vreselijke nederlaag, en moesten daar in politieke zin ook voor boeten. In 1883 werd er een pact met Chili overeengekomen waarbij Peru de zuidelijke provincies Tarapacá en Arica moest afstaan aan Chili. De oorlog had ook voor de economie desastreuze gevolgen want in 1890 werd Peru in feite failliet verklaard en kwam het land eigenlijk onder controle van buitenlandse ondernemingen, die de havens, het treinverkeer en de lucratieve afgraving van guano beheerden.

De arbeidsomstandigheden, met name op het platteland, werden er ook niet beter op, en de mensen leefden in isolement en armoede. Eind 19e, begin 20e eeuw volgden de militaire dictaturen van generaal Piérola en de presidenten Pardo en Leguía elkaar in snel tempo op. De economie herstelde zich in de periode tot aan de Eerste Wereldoorlog enigszins, maar de buitenlandse schuld vertienvoudigde.

Interbellun


Na de Eerste Wereldoorlog investeerden Noord-Amerikaanse bedrijven ook in de koper- en zinkindustrie, maar ook nu kwamen de inkomsten terecht bij een kleine elite. Dat stuitte op veel onvrede onder de arbeiders en ontevreden arbeiders van suikerrietplantages nabij Trujillo richtten in 1924 de eerste arbeidersbeweging op, de Alianza Popular Revolucionario Americana (APRA). Deze beweging stond onder leiding van Haya de la Torre. Ook werd er een communistische partij opgericht, de PCP. In 1933 werd er een arbeidersopstand met harde hand neergeslagen door de toenmalige dictator Sánchez Cerro. Zijn opvolger Benavides (1933-1939) herstelde een krachtig gezag en loodste zijn land vrij succesvol door de wereldwijde depressie in de jaren dertig, waardoor ook Peru getroffen werd. Hoewel Peru niet direct betrokken was bij de twee wereldoorlogen, werd er wel regelmatig oorlog gevoerd met Ecuador vanwege grensgeschillen en om land. In 1942 raakte Ecuador, vastgelegd in het Protocol van Rio de Janeiro, ca. 42% van haar grondgebied kwijt. Dit levert nog steeds regelmatig spanningen tussen beide landen op, meest recent nog in 1995.

Naoorlogse jaren


De naoorlogse jaren werden gekenmerkt door een komen en gaan van democratische regeringen en dictaturen. Direct na de Tweede Wereldoorlog werden de verkiezingen gewonnen door partijen van linkse en liberale signatuur. De eerste regeringsleider na de oorlog werd José Luis Bustamante en onder zijn leiding werden er liberale hervormingen doorgevoerd, zoals persvrijheid en het vastleggen van burgerrechten in de grondwet. Bustamante werd in 1948 afgezet door generaal Manuel Odría en onder zijn dictatoriaal bewind werden onderwijsvernieuwingen doorgevoerd.
Onder zijn opvolger Prado (1956-1962) ging het langzaamaan weer beter met de economie ondanks hoge inflatiecijfers. De grote steden profiteerden het meeste van de groeiende economie, waardoor er veel mensen van het platteland naar de steden trokken. De verkiezingen van 1962 kenden geen winnaar, maar de macht werd opgeëist door generaal Ricardo Pío Pérez Godoy, die echter al na een jaar werd opgevolgd door een militaire junta. Enkele maanden later werd het roer weer overgenomen door een burger, Fernando Belaúnde Terry van de Acción Popular (AP).

Militair bewind 1968-1978


Op 3 oktober 1968 werd er een militaire staatsgreep gepleegd door generaal Juan Velasco Alvarado. Het eerste wat hij deed voor de bevolking was om het land terug te geven en de grote bedrijven te nationaliseren, waaronder de IPC. Hij kon dit doen door de grondwet buiten werking te stellen, maar dit leverde wel een gespannen verhouding met de Amerikanen op. In 1970 ontstond de guerillabeweging Lichtend Pad (Sendero Luminoso), onder leiding van Abimael Guzmán. Vanaf 1980 werd deze beweging steeds gewelddadiger in een poging de door de bevolking zo vurig gewenste maatschappelijk veranderingen te bewerkstelligen. Belangrijk voor de economie van Peru was de oprichting in Lima van de ANCOM, een economische unie waar verder nog de Andeslanden Venezuela, Bolivia, Colombia en Ecuador lid van werden. De volgende staatsgreep vond plaats in 1975, dit keer door generaal Francisco Morales Bermudez. De door hem beloofde verkiezingen en een terugkeer naar een burgerlijke democratie werden gehouden in 1980, en Belaúnde Terry van de Acción Popular werd weer de nieuwe democratisch gekozen president. Hij had daarbij het geluk dat de door de militairen gesteunde APRA-leider Haya de la Torre in augustus 1979 overleed.
De economische positie bleef onder het liberale economische beleid van Belaúnde Terry precair, want de werkloosheid en de inflatie namen in snel tempo toe.

Weer burgerlijk bestuur


In januari 1981 laaide het oude territoriale geschil met Ecuador over een deel van het Amazonegebied op tot een korte grensoorlog. Een ernstiger bedreiging voor de politieke stabiliteit vormden de toename van de illegale handel in cocaïne en de gewapende strijd waartoe de maoïstische guerrillabeweging Sendero Luminoso ( 'Lichtend Pad') vanaf 1980 overging. De ontevredenheid van de bevolking over het beleid van president Belaúnde leidde tot een groeiende aanhang voor de APRA en de IU (Izquierda Unida = Verenigd Links). In april 1985 werd Belaúnde Terry opgevolgd door Alan García Pérez van de APRA, dat de verkiezingen had gewonnen. Hij was al snel populair bij de armen door het opschorten van de enorme buitenlandse schulden en hij beloofde het terrorisme te verslaan. Aanvankelijk leefde de economie op maar in 1988 zakte die volledig in elkaar. Ook zijn andere toezeggingen kon hij niet nakomen en dat maakte een einde aan zijn grote populariteit. In 1985 werd er een nieuwe guerillabeweging opgericht, de Movimiento Revolucionario Tupac Amaru (MRTA). Deze beweging werd verantwoordelijk voor vele terroristische aanslagen in met name de grote steden. Politie en leger traden hard op en er vielen in de periode tussen 1980 en 1992 tienduizenden slachtoffers. In 1988 verergerde de situatie nog door rechtse doodseskaders die de ene na de andere moordaanslag pleegden, waarna García Peréz vervroegd aftrad.

Periode Fujimori


De beroemde schrijver Mario Vargas Llosa was min of meer de spreekbuis van de verontruste Peruanen en stelde zich meteen kandidaat bij de presidentsverkiezingen van 1990 voor de rechts-liberale partij FREDEMO. Er kwam echter een onverwachte winnaar uit de bus, namelijk Alberto Fujimori van de nieuwe en onafhankelijke partij Cambio ’90. Hij kreeg daarbij de steun van de APRA en de linkse partijen. Fujimori was hoogleraar en een afstammeling van Japanse immigranten. De levensomstandigheden verslechterden echter verder, waardoor in 1991 de helft van de bevolking, merendeels Indianen, onder de absolute armoedegrens kwam te verkeren.
Fujimori trok al snel bijna alle macht naar zich toe door het Nationale Congres en de Kamer van Gedeputeerden in 1992 te ontmantelen. De bedoeling was om hiermee de corruptie en de bureaucratie terug te dringen. De economie werd weer wat op de been geholpen door financiële steun vanuit Japan en door een privatiseringsgolf waarbij veel bedrijven aan buitenlandse investeerders verkocht werden. Er werd zowaar een succesje geboekt; de inflatie was in 1994 teruggelopen tot ‘maar’ 15%. In 1992 werden de leiders van Sendero Luminoso, Guzmán en Campos, gearresteerd. Ze werden tot levenslang veroordeeld en hun organisaties de daaropvolgden periode praktisch uitgeschakeld. De parlementsverkiezingen van 1992 werden gewonnen door Fujimori’s partij.
In 1995 werd Fujimori met ruime meerderheid (64% van de stemmen) herkozen als president en bij de parlementsverkiezingen behaalde Fujimori's partij een absolute meerderheid. De traditionele partijen, zoals de APRA en de Acción Popular, kwamen er niet aan te pas.
Fujimori kreeg eind 1996 te maken met de Revolutionaire Beweging Tupac Amarú (MRTA). Begin 1997 gijzelden de stedelijke guerrilleros in de residentie van de Japanse ambassadeur vier maanden lang hooggeplaatste functionarissen, die, zo luidde de eis, geruild zouden moeten worden tegen honderden gevangengenomen Tupac Amarú-strijders. De regering-Fujimori weigerde op die eis in te gaan en elitesoldaten ontzetten in een bliksemactie de gijzelaars.
Fujimori's autocratische regeerstijl eiste ook in 1997 weer verschillende slachtoffers. Drie rechters van het Constitutionele Hof werden ontslagen omdat zij zich hadden uitgesproken tegen de interpretatie van de grondwet door het parlement ten gunste van een derde ambtstermijn van Fujimori. In 1997 rezen twijfels over het geboorteland van de president. Volgens de grondwet moet hij namelijk in Peru geboren zijn.
De sociale tegenstellingen in Peru zijn schrijnend en dat verergerde onder Fujimori alleen nog maar. De indiaanse meerderheid van de bevolking leeft in zeer arme omstandigheden en ook de misdaad nam hand over hand toe. Na de moord op mijneigenaar Luis Hochschild en de ontvoering van diens zoon, kende het parlement op 12 mei 1997 president Fujimori speciale bevoegdheden toe om de georganiseerde misdaad aan te pakken.

Begin 1998 werd Peru, vooral in de kustdepartementen, getroffen door het klimaatverschijnsel El Niño. Ten minste 300 mensen verloren het leven door verdrinking, malaria, gele koorts en longontsteking; 30.000 huizen en vele wegen werden vernield. De regering kondigde in 15 van de 24 departementen de noodtoestand af.

21e eeuw


Eind december kondigde president Alberto Fujimori aan zich kandidaat te stellen voor de presidentsverkiezingen in 2000, en bij winst zou hij een derde achtereenvolgende keer het land regeren. Dit was echter bij grondwet verboden en de oppositiepartijen reageerden furieus. Volgens een grondwetswijziging die Fujimori tijdens zijn eerste ambtsperiode doorvoerde, mag een president slechts één keer herkozen worden. Fujimori verdedigde zich door te stellen dat de nieuwe Grondwet slechts geldt vanaf zijn tweede ambtsperiode. Hoewel de populariteit van Fujimori door de slechte economische ontwikkelingen afnam, bleef hij de steun houden van de meeste politici. Door zijn autoritaire regeerstijl en het omstreden systeem van rechtspraak werd de kritiek vanuit het buitenland steeds scherper. Op 9 april 2000 werden de presidentsverkiezingen gehouden, waarbij Fujimori, evenals zijn rivaal van indiaanse afkomst Alejandro Toledo, verrassenderwijs geen meerderheid behaalde, zodat een tweede ronde noodzakelijk werd.
Op 28 mei was de tweede verkiezingsronde met Fujimori als de enige kandidaat, omdat Toledo had zich teruggetrokken wegens verkiezingsfraude. Fujimori won uiteraard, maar de Verenigde Staten erkenden de verkiezingsuitslag niet. Er kwam een omkopingsschandaal aan het licht waarbij het hoofd van de veiligheidsdienst, en tevens Fujimori’s naast adviseur, Vladimiros Montesinos, was betrokken. Dit schandaal leidde de val van president Fujimori in, en na een interim-regering onder leiding van Valentin Paniagua, won Alejandro Toledo de verkiezingen van voorjaar 2001. Het was een nek-aan-nek-race met Alan García, maar uiteindelijk trad Toledo op 28 juli 2001 aan als president. De verbeteringen die de regering Toledo wil invoeren zijn: hervorming van de rechterlijke macht en van het electorale systeem, verbetering van het respect voor grondrechten, persvrijheid en beteugeling van de politieke invloed van inlichtingendiensten en strijdkrachten.
In september vaardigt het Hooggerechtshof in Peru een internationaal arrestatiebevel uit voor Fujimori, die op dat moment in een zelf gekozen ballingschap in Japan zit. Sinds juni 2004 ziet Toledo zich niet meer gesteund door een meerderheid in het Congres. Zijn partij Peru Posible behaalde 45 van de 120 zetels en heeft derhalve een (gelegenheids)coalitie gevormd met FIM (Frente Independiente Moralizador) De regering blijkt ineffectief en Peru Posible wordt geteisterd door onderlinge strijd. Een aantal corruptieschandalen, waarin topambtenaren betrokken waren, heeft er voor gezorgd dat zijn populariteit nog verder is teruggelopen. Tal van kabinetswijzigingen volgden elkaar op en in juli 2004 ging het voorzitterschap van het Parlement naar de oppositie, met de verkiezing van Antero Flores Aráoz, van de PPC. In 2006 is hij opgevolgd door de gematigde ex-president Alan García van de Partido Aprista Peruano. In december 2007 staat Fujimori terecht op verdenking van machtsmisbruik. In een bijproces krijgt hij zes jaar gevangenschap. Hij gaat in beroep maar dat is in april 2008 afgewezen.

Economie en Toerisme

Algemeen


Van oudsher is de Peruaanse economie sterk afhankelijk van de uitvoer van producten van landbouw, mijnbouw en visserij. De belangrijkste exportproducten zijn koper, zilver, suiker, vis en vismeel, koffie, katoen, coca en sinds enige jaren aardolie. In 1992 was van de beroepsbevolking (7,2 miljoen) 33% werkzaam in landbouw en visserij, 17% in industrie,bouwnijverheid en mijnbouw en 50% in de handel- en dienstensector, die in 2003 de volgende percentages aan het Bruto Nationaal Product (bnp) bijdroegen: 10%, 27% en 63%.
Na een periode van relatief stabiele economische ontwikkeling in de periode 1965-1980, kreeg Peru te kampen met een economische crisis. In de jaren tachtig groeide het bnp nog maar met gemiddeld 0,4% per jaar; per hoofd van de bevolking daalde het bnp met in totaal 30% tussen 1981 en 1991. Sindsdien groeit het bnp dankzij het stabilisatie- en aanpassingsbeleid van president Fujimori weer met ca. 4% per jaar.

Met name de periode 1993-1997 kende hoge groeicijfers. De inflatie was in de jaren tachtig en negentig zeer hoog: gemiddeld 495% per jaar. Inmiddels ligt de inflatie al enkele jaren onder de 5%. De buitenlandse schuld bedroeg in 2002 nog 29,2 miljard dollar. Het werkloosheidspercentage, officieel 9,4% in 2003, is in werkelijkheid vele malen hoger: 77,4% van de bevolking heeft niet genoeg werk om van te leven. In 1998 viel de economische groei fors terug naar 2% als gevolg van teleurstellende visserij- en landbouwopbrengsten door de financiële crisis in Azië, het natuurfenomeen El Niño en de lage grondstofprijzen. Het aantal mensen dat onder de armoedegrens leefde onder Fujimori's bewind het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, is gestegen tot 20% van de bevolking. Daarbij horen de duizenden werknemers van staatsbedrijven die na de privatisering werden ontslagen. Vanaf eind 1999 ging het economisch weer iets beter met de Peruaanse economie. De informele sector is bijzonder groot in Peru, vooral veroorzaakt door de hoge werkloosheid. Men werkt dan bijvoorbeeld als straatverkoper of taxichauffeur. Peru trad in 1969 toe tot het Andespact, een samenwerkingsverband tussen Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru en Venezuela. Het doel van dit pact is de verwezenlijking van een subregionale gemeenschappelijke markt. Tussen de Europese Unie en de landen van het Andespact bestaat sinds 1984 een samenwerkingsovereenkomt. In 1991 werd overeenstemming bereikt over het instellen van een vrijhandelszone, in eerste instantie tussen Venezuela, Colombia en Ecuador. Met de meeste landen in de regio sloot Peru bilaterale handelsovereenkomsten. Peru heeft toegang tot de Atlantische Oceaan via Puerto Suarez, de rivierhaven van Bolivia.

Landbouw, visserij, veeteelt en bosbouw


Van het totale landoppervlak is nog geen 3% in gebruik voor akkerbouw, 21% is weidegrond en 54% is met bos bedekt. Door klimatologische omstandigheden is oogsten aan de Peruaanse kust het gehele jaar door mogelijk. In 2001 groeide de totale productie van de Peruaanse landbouwsector nog met 13%.

Van de akkerbouwgrond wordt bijna de helft bevloeid met name in de geïrrigeerde terreinen in de Costa; de Sierra omvat 60% van het landbouwareaal, terwijl in de Selva (nu 15% van het areaal) nog grote gebieden voor landbouw geschikt te maken zijn.
Van de veelal op moderne bedrijven in de Costa verbouwde producten zijn suikerriet en katoen de belangrijkste, beide producten worden geëxporteerd; verder rijst, druiven, tabak, groenten (broccoli, bloemkool, uien) en fruit (vooral mango’s en verder o.a. passievruchten en citrusvruchten). De aspergeteelt is een echte groeisector en is nu al het voornaamste landbouwproduct voor de Peruaanse export. Witte asperges gaan vooral naar Europa, de groene variant gaat vooral ingevroren naar de Verenigde Staten.
De overwegend kleine bedrijfjes in de zeer intensief bebouwde Sierra produceren voedingsgewassen voor de binnenlandse markt als aardappelen, bonen, maïs, bananen, tarwe, haver, gerst, knolgewassen, quinoa en steeds meer exportgewassen als coca en koffie. In de Andes leeft een groot deel van de bevolking van ‘zelfvoorzienende landbouw’.
De Selva produceert vooral katoen, rijst, bonen en bananen.

Peru is een belangrijke producent van het cocablad. Hoewel de bulk van de productie van cocabladeren en cocaïne zich momenteel in Colombia concentreert, wordt de zogenaamde ‘pasta básica’, een tussenproduct voor de uiteindelijke aanmaak van cocaïne, ook in Peru geproduceerd en naar Colombia vervoerd.
Deze ontwikkeling leidt ertoe dat ondanks de redelijk succesvolle bestrijding van de cocateelt, cocaboeren steeds meer betrokken raken bij de drugscriminaliteit.

Rundvee- en varkenshouderij vinden vooral plaats in de kustvlakten (zuivelproductie) en op de hoogvlakten in de Sierra; in de Sierra overweegt de schapenteelt, naast alpaca en lama.

Van groot economisch belang is de zeevisserij, met een jaarlijkse gemiddelde waarde van 595 miljoen dollar goed voor 17% van de totale exportwaarde. Peru is na China het land met de grootste visvangst.

Na een sterke teruggang in de vangsten van ansjovis en tonijn in 1972 en 1982/1983 (gevolg van overbevissing en veranderingen in de Humboldtstroom voor de kust, waardoor de visgronden tijdelijk verdwenen) leefde de visserij toch steeds weer op. Ansjovis en sardines (samen ca. 10 miljoen ton per jaar) wordt grotendeels verwerkt tot vismeel en visolie. Peru is de grootste vismeelproducent ter wereld. De overige vis, vooral makreel, wordt diepgevroren of als conserven uitgevoerd. Als eens in de zoveel jaar El Niño optreedt en warm tropisch water langs de kust stroomt, is alle vis daar weg en verkeert de visverwerkende industrie in een crisis. Ook het gevaar van overbevissing was lang aanwezig, maar sinds 1986 zijn er quota ingesteld.

Van de aanwezige houtvoorraad wordt maar een zeer klein gedeelte geëxploiteerd en met name de productie van hardhout is onvoldoende voor de binnenlandse behoefte. Per jaar wordt ongeveer 8 miljoen m3 hout gekapt voor de houtverwerkende industrie.
Uitbreiding van de bosbouw heeft grote prioriteit, waarbij vooral het transportprobleem de aandacht heeft. In de Sierra wordt hout vooral als energiebron gebruikt, wat tot grote ecologische problemen heeft geleid als gevolg van erosie.

Mijnbouw en energievoorziening


De exploitatie van delfstoffen is van groot belang voor de Peruaanse economie en de mijnbouw is dan een van de pijlers van de Peruaanse economie. Deze sector is traditioneel goed voor ca. de helft van de totale exportopbrengsten ban het land. Peru is altijd al een belangrijke zilverproducent geweest (tweede op de wereldranglijst) en staat zesde op de ranglijst van koperproducenten, vierde op de ranglijst van zink-, lood- en tinproducenten, terwijl de uitvoer van aardolie een belangrijke bijdrage aan de deviezenontvangsten levert. De mijnbouw was tussen 1906 en 1974 volledig in handen van Noord-Amerikaanse maatschappijen. Het grootste aandeel in de koperwinning hebben de mijnen van Toquepala en Cuajone. Het kopererts wordt grotendeels in Peru zelf geconcentreerd en gesmolten, en voor slechts de helft in het land geraffineerd. Andere belangrijke kopermijnen zijn die van Tintaya (bij Yauri), La Oraya en van Cerro Verde.
Van belang zijn voorts de winning van bismut, goud, cadmium, selenium en nog enkele andere zeldzame metalen, vaak in combinatie met koper en zink; ijzererts wordt bij Marcona gewonnen. De winning van uranium (een van de grootste vindplaatsen in Zuid-Amerika) bij Marochoca (dept. Junín) is van groot belang, zo ook (nog steeds) die van guano op enkele eilanden voor de kust. Guano is de nitraatrijke vogelmest op de rotsen voor de kust. De Sechurawoestijn levert kali en herbergt één van de drie grootste fosfaatreserves ter wereld. De aardoliewinning, verwerking en verkoop is sinds 1968 gedeeltelijk in handen van de staatsmaatschappij PETROPERÚ. Peru is zelfvoorzienend voor aardolie, eenderde wordt geëxporteerd. De olieproductie neemt geleidelijk af door het uitputten van de bestaande velden en het ontbreken van belangrijke nieuwe exploratieactiviteiten.

Bij de energievoorziening van het land speelt de enorme waterkrachtreserve een grote rol; van het geïnstalleerd elektrisch vermogen (ca. 14 miljard kWh) bestaat 75% uit waterkrachtcentrales (Río Mantaro; Huinco). De staatselektriciteitsmaatschappij ELECTROPERÚ heeft het grootste deel van de openbare elektriciteitsproductie en -distributie in beheer, maar toch zit 35% van de bevolking zonder stroom.

Industrie


De verwerking van primaire producten uit landbouw, mijnbouw en visserij neemt nog steeds een belangrijke plaats in de Peruaanse industrie in. Verder is de productie van transportmiddelen en elektronica van belang. Ondanks de hervorming van de industriële sector en de nationalisaties sinds 1968 is de invloed van buitenlands kapitaal belangrijk gebleven en is de invloed van de arbeiders beperkt gebleven. De staatsondernemingen en genationaliseerde bedrijven worden beheerd door het in 1972 opgerichte INDUPERÚ, dat tevens tot taak heeft een decentralisatie van de industriële ontwikkeling tot stand te brengen.
Belangrijke industriële centra zijn:


Lima-Callao is het industriële centrum van het land: voedingsmiddelen, dranken, tabaksartikelen, textiel, elektronica, glas, rubber en cement Chimbote: vismeel, visolie, visconserven, staalindustrie
Chiclayo: suiker
Trujillo: auto's, tractoren, machines, motoren en suiker
Arequipa: textiel en zuivelproducten
Cusco: textiel, kunstmest
Ilo: koperraffinage
La Oroya: koper- en zinksmelterij, metallurgie
Aardolieraffinaderijen in: Talara, Lima, Tumbes, Iquitos, Conchán, Pucallpa en Bayóvar
Nasca: staal

Kleding en textiel
Textiel is de belangrijkste tak van de niet-traditionele export van Peru, met als belangrijkste exportmarkt de Verenigde Staten (totale exportbedrag: 366 miljoen dollar). Van de totale waarde van de Nederlandse import uit Peru bestond in 2001 14,7% uit kleding. Het succes van de Peruaanse textiel komt onder andere door de erg goede kwaliteit van het katoen.

Handel


Tegenwoordig is cocaïne (in de vorm van zowel poeder als pasta) naast koper Peru's belangrijkste exportproduct. De opbrengsten uit de cocaïne zijn natuurlijk nergens in de officiële cijfers terug te vinden. Naast koper zijn ook zilver, vismeel, zink, tin, koffie, ijzer en katoen belangrijke officiële exportartikelen. De belangrijkste handelspartners zijn de Verenigde Staten, Japan en de EU, en verder de buurlanden van het Andes-Pact.
Ingevoerd worden vooral grondstoffen, halffabrikaten, machines en voedingsmiddelen.

Verkeer en toerisme


De geografische structuur van het land veroorzaakt grote transportproblemen. Het grootste deel van het transport gaat over de weg. De lengte van het wegennet bedraagt ca. 80.000 km, waarvan maar 13% is geasfalteerd. De belangrijkste verkeersaders zijn de Carretera Panamericana (ca. 3400 km) van noord naar zuid grotendeels langs de kust, de Carretera Central Transandino, van Lima-Callao oostwaarts, die via La Oroya en Pucallpa in de toekomst aansluiting zal geven op de Braziliaanse Transamazone-snelweg, en de deels voor verkeer geopende, deels in aanleg verkerende Carretera Marginal de la Selva aan de oostzijde van het Andesgebergte. Het wegdek van de Pan American is nog niet zo lang geleden geheel vernieuwd en er is een tolsysteem ingevoerd om toekomstig onderhoud te bekostigen. Het spoorwegnet (ca. 2500 km) bestaat uit negen onderling niet verbonden lijnen. Een groot deel hiervan verkeert in een zeer slechte staat en wordt voornamelijk gebruikt voor het transport van mineralen. De binnenvaart speelt vooral een rol in het Amazonegebied (havens: Iquitos en Pucallpa) en op het Titicacameer. Het merendeel van de im- en export loopt via de zeehaven Callao, ca. driekwart van alle Peruaanse import en ca. een kwart van de totale export; van de overige 25 zeehavens zijn van belang Chimbote, Talara, Mollendo, Matarani, Ilo, Pisco, Salaverry, Bayóvar en Paita. De staatsscheepvaartmaatschappij Corporación Peruana de Vapores (CPV) beschikt over een koopvaardijvloot van ruim 600 schepen, waarvan een twintigtal tankers. Behalve de internationale luchthavens van Lima (Jorge Chávez), Iquitos, Arequipa en Cuzco beschikt het land over ruim 300 vliegvelden en landingsstrips, waarvan er zeven geschikt zijn voor grotere vliegtuigen. De luchtvaartmaatschappij LANPERUverzorgt het internationale vliegverkeer en een deel van het binnenlandse luchtverkeer, dit laatste samen met de particuliere Starperu.

Peru is vooral voor natuurliefhebbers een interessant land. Speciale attracties zijn het Andesgebergte, het Titicacameer en de Colca Canyon. Peru staat verder natuurlijk bekend om zijn belangrijke erfenis van pre-hispaanse culturen. Een van de grootste toeristische trekpleisters is Cuzco, de oude hoofdstad van het Incarijk.

De ruïnes van Machu Pichu worden het meest bezocht. De mysterieuze Nazca-lijnen in de zuidelijke woestijn zijn ook zeer populair. De spectaculaire vondst van het graf van ‘El Señor de Sipan’ in het noorden van Peru betekende een nieuwe trekpleister voor het toerisme.
In 2002 bezochten 400.000 toeristen Peru, een stijging van meer dan 30% ten opzichte van 2001. In 1970 kwamen er nog maar 134.000 bezoekers naar Peru. In 1992 was het aantal bezoekers amper 216.000 door het geweld, de economische chaos en een cholera-epidemie. De Peruaanse overheid rekent binnen niet al te lange tijd op meer dan één miljoen bezoekers per jaar. Het grootste struikelblok om dit aantal snel te halen is de inadequate hotelinfrastructuur van Peru.

Bevolking

Samenstelling en spreiding


Naar schatting bestaat de Peruaanse bevolking voor 47% uit raszuivere indianen, voor 32% uit mestiezen en 12% uit blanken, voornamelijk van Spaanse afkomst; 3% is van Aziatische en Afrikaanse herkomst. De meeste indianen wonen in de Andes en in het Amazonegebied terwijl blanken en mestiezen veelal aan de kust wonen, en dan nog met name in grote steden als Lima, Arequipa en Trujillo. Op de sociale ladder staan de blanken nog steeds op de hoogste trede, daarna komen de mestiezen en ver daaronder pas de indianen. Na Bolivia is Peru het Zuid-Amerikaanse land met het grootste percentage indianen. De zwarten stammen af van slaven uit Afrika die op de hacienda’s werden ingezet; Geschat wordt dat er tot 1810 meer dan 800.000 in Peru aankwamen. De meeste zwarten wonen in de buurt van Chincha, ten zuiden van Lima, omdat daar vroeger grote suikerplantages gevestigd waren. De Chinezen en Japanners kwamen tussen 1850 en 1920 naar Peru als mankracht voor de aanleg van spoorlijnen. Fujimori was de eerste president van Japanse afkomst. Tussen 1876 en 1920 vestigden zich ook veel immigranten uit Europa zich in Peru: Italianen, Spanjaarden, Fransen, Engelsen en Duitsers.

De indianen van de bergstreken, ook wel hooglandindianen genoemd, behoren voornamelijk tot de Quechua’s, in de streek rond het Titicacameer wonen vooral Aymarás. De Quechua’s zijn onder te verdelen in verschillende groepen, die zich van elkaar onderscheiden in klederdracht, gebruiken en de streek waar ze wonen. Een unieke groep Aymará-indianen vormen de Uros, die leven in de baai van Puno op drijvende eilanden die gemaakt zijn van totora-riet. De laatste decennia is hun cultuur sterk in het gedrang gekomen door het toenemende toerisme en gemengde huwelijken met Aymarás. In het Amazonegebied wonen verschillende kleine stammen met ieder een aparte taal en eigen gewoontes en gebruiken. Deze regenwoudindianen zijn de oorspronkelijke bewoners van het Amazone-laagland. De levensstijl van sommige stammen is door het contact met de westerse mens grondig gewijzigd. Andere stammen vermijden bijna elk contact met de westerse mens.
In de omgeving van Iquitos wonen Yahua’s en Shipibo’s; in het centrale deel van het regenwoud wonen de Ashaninka’s en Machiguenga’s; in de omgeving van het nationale park Manu wonen Mashco’s, Piro’s en Yora’s. Twee stammen waarvan men eigenlijk alleen weet dat ze bestaan heten Mashco Piro en Kogapacori en leven in de zuidoostelijke jungle. In de omgeving van Tarapoto wonen de Lamas-indianen. Vroeger leidden al deze stammen een semi-nomadisch bestaan, nu leven ze vaak op een vaste plaats door het gebruik van moderne vervoersmiddelen. De voornaamste bestaansmiddelen zijn nog steeds landbouw en jacht. Sommige stammen verdienen er met kunstnijverheid voor de toeristen nog een centje bij. Aan de andere kant vormt vooral het toerisme voor de echte natuurvolken een serieuze bedreiging. Hun jachtgebieden worden verstoord en hun sociale leven en tradities komen onder zware druk te staan. Vandaag de dag leven er nog ca. 200.000 Amazone-indianen in Peru, verdeeld in 53 etnische groeperingen, die talen spreken uit 12 verschillende linguïstische families. Sommige groepen, zoals de Toyeri, bestaan slechts uit enkele tientallen personen. Andere, zoals de Machiguenga en de Campa, hebben een bevolking van enkele tienduizenden personen.

Demografische gegevens


De jaarlijkse bevolkingstoename bedroeg in de periode 1985-1995 2,1% per jaar (2003: 1,61%); het inwonertal is van 10,3 miljoen in 1961 gestegen tot 23,8 miljoen in 1995 en zal volgens de prognoses in 2004 ruim 28 miljoen bedragen. De bevolkingsdichtheid bedraagt ca. 21 inwoners per km2. Geboorte- en sterftecijfer waren in 2003 22,81 respectievelijk 5,69 per duizend; de kindersterfte bedroeg 37 per 1000 levendgeborenen. De gemiddelde levensverwachting bij geboorte bedraagt voor vrouwen 73,4 jaar en voor mannen 68,45 jaar. Van de bevolking woont ca. 72% in de steden (in 1960 46%). De grootste bevolkingsconcentratie wordt gevormd door de hoofdstad Lima, namelijk 8,4 miljoen inwoners (1900: ca. 100.000 inwoners). Ook andere steden groeiden spectaculair: in Arequipa groeide de bevolking van 40.000 in 1940 naar ca. 865.000 inwoners in 2003; Chimbote groeide van 4000 inwoners in 1940 naar 346.000 in 2003.

Taal

Naast het Spaans, dat in Peru ‘Castellano’ genoemd wordt, heeft sinds 1975 ook het Quechua, gesproken door de indianen van het centrale bergland, de status van officiële taal; de indianen rond het Titicacameer spreken Aymará en de Amazone-indianen spreken weer een veelheid van hieraan niet-verwante talen.
Spaans wordt door ca. 70% van de bevolking gesproken. Het Quechua wordt door de meerderheid van de indiaanse bevolking gesproken. Het Aymará wordt nog door zo’n twee miljoen mensen in Peru en Bolivia gesproken. Het Quechua en het Aymará waren geen geschreven talen en hebben ook nu nog stees geen officiële spellingswijze, waardoor de spelling van plaats tot plaats verschilt.
De Amazone-indianen zijn verdeeld in 53 etnische groeperingen die talen spreken uit 12 verschillende linguïstische families.

Godsdienst

Ongeveer 96% van de bevolking is rooms-katholiek. Volgens de Constitutie van 1933 is er godsdienstvrijheid, maar de Rooms-Katholieke Kerk wordt door de staat geprotegeerd. De Rooms-Katholieke Kerk is de laatste decennia wel sterk veranderd en de directe invloed is tanende. De Rooms-Katholieke Kerk komt wel steeds meer in opstand tegen de armoede, de onrechtvaardigheid en ongelijkheid, en vervult daarmee nog een belangrijke functie in het maatschappelijke en politieke leven. Om de gehele bevolking te kunnen bereiken worden de missen niet alleen in het Spaans gehouden, maar ook in Quechua, Aymará en andere dialecten. Omdat heidense praktijken in de koloniale tijd streng werden vervolgd, zijn veel van de oude tradities en gewoonten ingebed in het katholicisme. Vooral op het platteland worden Pachamama (‘Moeder Aarde’) en Maria naast elkaar vereerd. De katholieke kerk in Peru heeft 7 aartsbisdommen met 12 bisdommen, 14 vrije prelaturen en 8 apostolische vicariaten. In het hele onderwijs is de Katholieke Kerk nog prominent aanwezig en verschillende Peruaanse universiteiten zijn in handen van de Katholieke Kerk.
Van de bevolking is 3% protestants. Sinds 1900 is de invloed van de protestantse kerken steeds groter geworden, met name van adventisten, pinkstergemeenschappen, jehova’s, baptisten en mormonen. De religie van de Andes-indianen is altijd al vermengd geweest met pre-Columbiaanse rituelen.

Samenleving

Staatsinrichting


Volgens de Grondwet van 29 december 1993 is Peru een presidentiële republiek en berust de wetgevende macht bij het Congres of ‘Congreso Constituyente Democratíco). Het Congres bestaat uit een 120 leden tellende Kamer van Afgevaardigden die voor een periode van 5 jaar via directe verkiezingen gekozen wordt. Door de Kamer zelf worden 25 leden rechtstreeks aangewezen.
De uitvoerende macht berust bij de president, die wordt gekozen voor een ambtstermijn van 5 jaar. De zittende president mocht al voor de tweede gaan voor een nieuw ambtstermijn, in 2000 stemde het Congres in met een mogelijke derde termijn. Behaalt een kandidaat bij de directe verkiezingen 56% of meer van de stemmen, dan is hij verkozen, bij een lager stemmenpercentage volgt een tweede stemronde. Sinds april 2001 wordt er volgens een districtenstelsel gekozen. Er bestaat stemplicht voor burgers van 18 jaar en ouder (sinds 1980 ook voor analfabeten).
De president benoemt de minister-president en staat tevens aan het hoofd van de strijdkrachten. Hij heeft ook de macht om wetgeving te blokkeren als de uitvoerende macht het hier niet mee eens is.

Administratieve indeling


Peru is bestuurlijk verdeeld in 25 regio’s en verder onderverdeeld in 156 provincies. De regio's worden bestuurd door benoemde prefecten, de districten door een rechtstreeks gekozen burgemeester.

Onderwijs


Vanaf 1972 is onderwijs verplicht voor kinderen tussen de zeven en zestien jaar oud, maar helaas behoort het onderwijsniveau in Peru tot het laagste in Latijns-Amerika. Uitval van leerlingen in de loop van de lagere school loopt op tot 40%, en maar gaan weinig leerlingen gaan door naar de middelbare school. Van alle zes- tot elfjarigen, voornamelijk buiten de grote steden, geniet ongeveer 12,7% geen onderwijs. In 2000 telde Peru ca. 50.000 onderwijsinstellingen.
Van de ongeveer vijftig universiteiten staat eenderde in de hoofdstad Lima en ongeveer een half miljoen studenten volgt een universitaire opleiding. Kwalitatief veel beter is het onderwijs aan privé-universiteiten, dat echter voor slechts weinigen is weggelegd.
Ca. 13% van de bevolking is analfabeet, waarvan het merendeel vrouwen. Op het platteland kan zelfs 45% van de vrouwen niet lezen, tegen 11% van de mannen.

Typisch Peru


NASCA-LIJNEN
Nazca ligt in het zuiden van Peru, niet ver van de Stille Oceaan op de Pampa de San José. Het is de plaats van de mysterieuze tekeningen die aanleiding hebben gegeven tot de meest uiteenlopende theorieën. De lijnen en figuren van Nazca zijn in december 1994 door de Unesco beschermd als cultureel werelderfgoed. De lijnen werden in 1939 ontdekt door de Amerikaan Paul Kosok van de universiteit van Long Island. De Nazca-lijnen zijn een reeks tekeningen van vogels (o.a. pelikaan, kolibrie), andere dieren en geometrische figuren als driehoeken, rechthoeken en spiralen, soms met een doorsnede van wel 300 meter en verder zijn er kaarsrechte lijnen van tien kilometer lengte. De figuren zijn gemaakt door de woestijnbodem een tiental centimeters af te graven, waardoor een minder verweerd en lichter gekleurd deel van de bodem zichtbaar werd.
Wie de enorme tekeningen gemaakt heeft, is nog steeds niet duidelijk.

Sommige archeologen zien er een astronomische kalender in, anderen denken aan kopieën van bepaalde sterrenconstellaties aan de hand waarvan de exacte beweging van de sterren kon worden vastgelegd. Fantasten denken aan landingsbanen voor buitenlandse luchtschepen! Men vermoedt dat de figuren zijn gemaakt tussen 200 v.Chr. en 600 na. Chr.

Bolivia (officieel: República de Bolivia) is een presidentiële republiek in Zuid-Amerika. Het land wordt volledig omsloten door andere landen. Bolivia grenst in het noorden en het oosten aan Brazilië (3400 km), aan Paraguay (750 km) in het zuidoosten, aan Argentinië (832 km) in het zuiden en aan Chili (861 km) en Peru (900 km) in het westen. Vroeger was Bolivia twee keer zo groot en grensde het zelfs aan de Stille Oceaan (Pacific). In de loop der tijd heeft het land veel gebied verloren aan de buurlanden.
Bolivia is qua oppervlakte het vijfde land van Zuid-Amerika en meet 1.098.581 km2. Het is daarmee ongeveer net zo groot als Spanje en Frankrijk samen en ongeveer 26x zo groot als Nederland.
Bolivia ligt in het centrum van het Andesgebergte dat van noord naar zuid over het Zuid-Amerikaanse continent loopt. Het Boliviaanse Andesgebergte bestaat uit twee evenwijdig lopende bergketens. Daartussen ligt een hoogvlakte (Altiplano) die op een hoogte van ca. 4000 meter ligt. De oostelijke bergketen heet de Cordillera Oriental en daar komen toppen voor tot 6500 meter hoogte. De westelijke bergketen heet Cordillera Occidental en kenmerkt zich door veel vulkanische activiteit en droge woestijnachtige gebieden. Langs de grens met Chili liggen rijen vulkanen met de hoogste berg/vulkaan van Bolivia, de Sajama (6700 meter). Het laagste punt van Bolivia ligt bij de Rio Paraguay (90 meter boven zeeniveau).
De hoogvlakte (Altiplano) grenst in het noorden aan het Titicaca-meer en in het zuidwesten aan een gebied met woestijnen en zoutmeren. Het Titicaca-meer ligt 3810 meter boven de zeespiegel, heeft een oppervlakte van 8800 km2, is tot 400 meter diep en is het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Dwars door het meer loopt de grens met Peru. De Altiplano heeft in een zeer ver verleden onder zeeniveau gelegen. Bewijzen daarvoor zijn de vele fossiele schelpen, koralen en zeedieren die gevonden zijn. In het oosten liggen middelhoge bergmassieven met diepe, door rivieren uitgeslepen dalen (yungas).
Ten zuiden hiervan gaat dat gebied over in een valleiengebied (valles) die nog altijd op 2000 à 3000 meter hoogte liggen. Het noordelijke gedeelte van de laagvlakte behoort tot het stroomgebied van de Amazone. Hier vinden we regenwoud (Oriente) dat naar het zuiden overgaat in een savanne-achtig landschap met grasvlaktes (pampas). In het zuidwesten liggen uitgestrekte salpeterwoestijnen en zoutmoerassen.
 

De Andesmassieven verdelen Bolivia in klimaatzones en zijn voor het klimaat dé bepalende factor. In het noordelijk gelegen Amazonegebied is het klimaat tropisch en vochtig, in het zuidoosten is het droog en heet, in de valleien is het vrij koel en in het hoogland is het koud. Het regenseizoen valt in de zomer, van december tot april. De winter die van mei tot augustus duurt, is het droge seizoen.

Een andere manier om het klimaat globaal in te delen is de hoogte waarop dorpen en steden gelegen zijn. Boven de 4000 meter is het meestal koud (tierra fría), ’s nachts zelfs tot –20°C. Tussen de 2000 en 4000 meter is het gematigd warm tot koud. Tussen de 1500 en 2500 meter is het vaak aangenaam subtropisch weer (tierra templada). Beneden de 1000 meter is het over het algemeen tropisch warm (tierra caliente).Op de oostelijke bergketen, de Cordillera Oriental, valt de meeste sneeuw en behoorlijk veel regen op de wat lagere delen. Op de westelijke bergketen, de Cordillera Occidental, valt zeer weinig neerslag. Door de constante temperatuur (9°C) van het Titicaca-meer heerst er rond dit meer een mild klimaat. In het zuiden en de zuidwesthoek van het land wordt het steeds kouder en kan het ’s winters streng vriezen. In het hoge Andesgebergte is de winter, die van mei tot september duurt, zonnig en droog. Op 4000 meter hoogte is het 10-15°C, maar voelt het door de felle zon warmer aan. ’s Nachts daalt de temperatuur tot onder het vriespunt. De gemiddelde zomertemperatuur ligt vaak maar enkele graden hoger dan in de winter doordat het ’s zomers vaak regent en bewolkt is. La Paz ligt bijvoorbeeld op 3658 meter hoogte; in januari is het gemiddeld 10°C en in juli 7°C; er valt gemiddeld 572 mm neerslag per jaar.
In de dalen tussen de in het oosten liggende middelhoge berggebied is het zeer regenachtig en subtropisch warm. Dit gebied gaat over in valleien (valles) met minder regen, en dan alleen nog in de regentijd van december tot april. In de laagste dalen van het Andesgebergte is het tropisch warm. In de laaglanden heerst een tropisch, vochtig klimaat. Het vriest hier nooit, maar het kan wel ineens sterk afkoelen als de Surazo waait, een koele zuidenwind.

 

 

Ook hier valt de meeste regen in de zomer en dat kan zelfs tot grote overstromingen leiden doordat de rivieren de grote hoeveelheden water niet kunnen verwerken. Concepción ligt op 490 meter hoogte; in januari is het gemiddeld 24°C en in juli 20°C; er valt gemiddeld 1141 mm neerslag per jaar. Doordat Bolivia op het zuidelijk halfrond ligt, is het bij ons zomer als het daar winter is en omgekeerd.
 

De Amazonevlakte in het noordwesten bestaat uit tropisch regenwoud, evenals het moerassige gebied in het zuidoosten. In het zuiden ligt tussen de puna- páramo- vegetatie en het llanogebied een streek met Sierra-vegetatie dat wil zeggen doornstruiken en cactussen en in hogere delen altijdgroen bos. Het Andesgebied bezit een puna-vegetatie. Het llano-gebied bezit een savannevegetatie, de hoogvlakte heeft gedeeltelijk een páramo-vegetatie en gedeeltelijk een puna- vegetatie. In de jungle groeien nog steeds de steeds zeldzamer wordende mahoniebomen. Verder cacao- en rubberbomen, de bibosí en veel palmensoorten. In ondiepe meren komt de schitterende Victoria Regia voor. Op de Altiplano groeit niet zoveel door de kou en de geringe neerslag: lage struiken, cactussen, vetplanten, mossen en gele graspollen. Opvallend is de yareta, die boven de 4000 meter groeit en honderden jaren oud kan worden. De keñua is een boomsoort die zich zelfs tot 5200 meter hoogte staande kan houden.
De Yungas (oostelijke berghellingen) zijn voor een groot gedeelte bedekt met nevelwouden en verder varens, bergbamboe en uiteindelijk subtropisch bos met orchideeën, bromelia’s en palmen. Onder de reusachtige bomen van het tropisch regenwoud groeien veel kleine bomen en lianen en op de bodem o.a. varens, begonia’s en paradijsbloemen of heliconia’s.
De meest bijzondere plant van Bolivia is de Puya Raimundi, de grootste vetplant van de wereld met een bloemstengel tot 12 meter lengte. Voordat deze plant bloeit gaan er honderd jaar voorbij. Van de gecultiveerde planten is de aardappel de bekendste. In de Andes komen meer dan 200 soorten voor. Een andere plant die belangrijk is voor de voedselvoorziening is de yuca, die in de laaglanden wordt verbouwd. Ook maïs en quinoa worden voor de voedselvoorziening geteeld.

De bekendste groep dieren van het Andesgebergte zijn de kameelachtigen: de guanaco, de vicuña, de alpaca en de lama. De guanaco en de vicuña leven in het wild, de lama en de alpaca zijn tot huisdieren gemaakt. Zij worden gebruikt als lastdier en voor het vlees en de wol. De vicuña is een beschermd dier en er leven in Bolivia nog ongeveer 2000 exemplaren. Andere bijzondere dieren in het Andesgebergte zijn de viscacha, een grote chinchillasoort met een opvallend lange staart, de zeldzame brilbeer of Andesbeer en de condor, een roofvogel met een spanwijdte van drie meter die een grote rol speelt in de Boliviaanse mythologie. Verder nog de rhea, een nandoesoort (struisvogelsoort), en de zeer zeldzame James-flamingo. Veel voorkomende watervogels zijn Andesganzen, ibissen, kluten, futen en meerkoeten. Kolibries en papegaaien komen zelfs boven de 4000 meter nog voor en op grote hoogte leven ook nog bergtoekans. Zoogdieren in het Andesgebergte zijn o.a. de bergocelot en de poema, de wilde marmot en de armadillo, een gordeldier. De tropische laagvlakte herbergt zeer veel dieren waaronder bekende dieren als de panter, de jaguar, de tapir, de javelí of navelzwijn en de anaconda, een reusachtige wurgslang. Apensoorten die voorkomen zijn brulapen, slingerapen en doodshoofdaapjes. Kleinere zoogdieren zijn neusberen, agouti’s (knaagdier), miereneters, otters en luiaards. In de pampagebieden leven in de rivieren o.a. waterschildpadden, roze zoetwaterdolfijnen en alligators. De capibara is het grootste knaagdier ter wereld. De grote jabira is een ooievaarachtige en is door zijn kleuren een opvallende verschijning. Verder komen in tropisch Bolivia nog hoatzins, sterns, aalscholvers, slangehalsvogels en verschillende soorten ijsvogels voor. Van de vlindersoorten is de grote blauwe morpho de opvallendste, naast prachtige passiebloem- en pagevlinders. In het Titicaca- meer komen zalm, forel en koningsvis of pejerrey voor. De avifauna behoort tot de rijkste ter wereld. Er komen ca. 1200 soorten vogels voor; een merkwaardige kortvleugelige fuut komt alleen maar voor in de buurt van de bergmeren Titicaca en Poopó. Door de tropische harthoutindustrie en het kappen en platbranden voor de landbouw verdwijnen er jaarlijks vele duizenden hectares bos. Maar een klein percentage wordt tot nu toe herbebost. De erosie en de uiteindelijke woestijnvorming vormt een grote bedreiging voor de planten- en dierenwereld. De laatste jaren wordt hier door de regering wel meer aandacht aan besteed. De nationale parken zijn moeilijk te bereiken, maar zouden wel een bron van inkomsten kunnen worden i.v.m. het toerisme.

 

Aangenomen wordt dat de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent, de indianen, tienduizenden jaren geleden vanuit Azië overstaken naar Amerika. Nog eens duizenden jaren later was het hele Amerikaanse continent bewoond. Ook neemt men aan dat er ook nog andere volken naar Amerika kwamen. Opvallend in dat verband zijn de overeenkomsten tussen de Andestalen Aymará en Quechua en het Polynesisch. Ook uiterlijk zijn er duidelijke overeenkomsten. Menselijke bewoning in de Andes dateert al minstens van 13.000 voor Chr., o.a. de Vizcachani-cultuur. Deze nomadisch levende stammen gingen pas vanaf 6000 voor Chr. over op landbouw en veeteelt. Van de levenswijze van deze oude culturen is verder weinig bekend. Deze hele periode tot ongeveer 3000 voor Chr. wordt ook wel de prekeramische periode genoemd.  De keramische periode duurde van 3000 voor Chr. tot ongeveer 1500 na Chr. Van deze periode is veel meer bekend geworden door met symbolen en decoraties beschilderde potten, vazen maar ook mooie weefkunst vertelt veel over de geschiedenis van de verschillende culturen. De belangrijkste cultuur in Bolivia uit die tijd is de Tiwanaku- cultuur geweest. Deze cultuur kenmerkte zich door de voor die tijd al zeer gespecialiseerde landbouwmethodes die overvloedig voedsel opleverden. Dit is waarschijnlijk ook een van de redenen dat deze machtige cultuur zolang toonaangevend bleef in deze regio. De plotselinge verdwijning van deze cultuur in het begin van de 12e eeuw is tot op de dag van vandaag een raadsel, maar had waarschijnlijk te maken met klimatologische omstandigheden. Er bestonden nog enkele andere, kleinere culturen in het toenmalige Bolivia waaronder de Beni in de tropische laagvlakte, de Kolla cultuur rond het Titicaca-meer, de Wankarani en Chiripa. De Wankarani hebben vierkante graftorens nagelaten en de Kolla gigantische ronde graftorens.

Het Inca-rijk

                                                                                                
Vanuit de hoofdstad Cusco in Peru kwam Bolivia onder het gezag van de Inca’s (1200-1500 na Chr.). De taal van de Inca’s, het Quechua, moest door elke onderdaan gesproken worden en is nu nog steeds één van de officiële talen van Bolivia. Het Inca-rijk was verdeeld in vier gebieden waarvan Collasuyo een groot deel van Peru, geheel Chili, een stukje Noord-Argentinië en het huidige Bolivia omvatte. De Inca’s legden wegen aan en bouwden aquaducten, terrassen, forten en tempels. Ook ontstonden er grote steden in de vlaktes. Uiteindelijk waren 43 verschillende volken Inca-onderdanen geworden. De Inca-bezetting van Bolivia zou uiteindelijk maar 70 à 80 jaar duren. Rond 1520 brokkelde het Inca- rijk langzaam af door o.a. interne conflicten.

Spaanse veroveraars (conquistadores)

 

 



 

In 1532 kwam een expeditie onder leiding van de Spanjaard Francisco Pizarro (vermoord in 1538) aan de noordkust van Peru aan wal. De laatste Inca-vorst Atahualpa werd gedood en betrekkelijk snel werden grote delen van het Zuid- Amerikaanse continent veroverd. Bolivia heette toen nog Alto-Perú (Opper-Peru) en werd bij het onderkoningschap Peru gevoegd. Op en rond de hoogvlakte weren steden gesticht en nog later werd ook het tropisch laagland gekoloniseerd. Na de ontdekking van zilvervoorraden werd in 1545 de stad Potosí gesticht die al snel uitgroeide tot de grootste en rijkste stad van de Nieuwe Wereld (Noord- en Zuid-Amerika) met 200.000 inwoners. Het werd door de Spanjaarden “La ville imperia”, de keizerlijke stad genoemd.
Het encomienda-systeem werd door de Spanjaarden toegepast. Dit betekende dat de conquistadores land dat veroverd werd zoveel als ze konden, mochten exploiteren. De opbrengsten werden gedeeld tussen de conquistadores en de Spaanse Kroon. Een andere voorwaarde was dat de indiaanse bevolking tot het christendom bekeerd moest worden. De indianen werden o.a. in de mijnen tewerkgesteld en moesten onder afschuwelijke omstandigheden hun werk doen. Tegen het einde van de zestiende eeuw liep de indiaanse bevolking al schrikbarend terug; miljoenen indianen vonden de dood door de dwangarbeid. Door de werkomstandigheden in de mijnen maar ook door het uitbreken van door de Europeanen meegebrachte besmettelijke ziektes, was de indiaanse bevolking rond 1650 bijna gehalveerd tot een half miljoen personen. Door het tekort aan arbeidskrachten werd er al snel op grote schaal slaven uit Afrika geïmporteerd. Monniken van de Jezuïetenorde, en later de Franciscanen, hielden zich de eerste 200 jaar bezig met het bekeren van de indianen tot het christendom. In de loop der eeuwen vermengde zich het rooms-katholieke geloof met de traditionele rituelen en gebruiken. In 1548 werd La Paz gesticht en nog wat later steden als Cochabamba en Oruro.

 

Na vijandige acties van indianen in het oosten en noordoosten werd er voor het eerst door de Spanjaarden rond 1560 enige vorm van zelfbestuur toegestaan. De 18e eeuw werd gekenmerkt door een toenemend verzet van de indianen tegen de Spaanse overheersing. Zo leidde in 1780 Tupac Amaru een opstand van de Quechua en de Amayá tegen de koloniale regering. Ze werden echter verslagen en hun leiders werden vermoord. Tupac Katani belegerde La Paz later zelfs twee keer, maar ook hij werd uiteindelijk gedood. Toch zou het niet lang meer duren voordat Bolivia onafhankelijk werd.

 




 

Bolivia onafhankelijk


De macht van de Spanjaarden in Europa en dus ook in Zuid-Amerika brokkelde af doordat Napoleon Spanje binnenviel. Onder de criollo’s, de blanke Zuid- Amerikanen ontstonden al snel verschillende groepen van personen die zich voor de onafhankelijkheid uitspraken o.a. doordat de Spanjaarden de belangen van het moederland steeds voorop stelden. De belangrijkste was Símon Bolívar (1783- 1830) die samen met zijn maarschalken José de Sucre en José San Martín vanaf 1810 met zijn militaire leger bijna alle Spaanse kolonies bevrijdde. In april 1825 versloeg Sucre de Spanjaarden in Opper-Peru bij de slag van Tumusla en op 6 augustus 1825 werd de onafhankelijkheid van de “República de Bolívar” uitgeroepen, de naam uiteraard als eerbetoon aan de vrijheidsstrijder Bolívar. Later zou de naam Bolívar in Bolivia veranderen.
Bolívar en Sucre waren de eerste twee presidenten van Bolivia. Vele presidenten en regeringen zouden hen opvolgen in dit politiek onrustige land. Tussen 1825 en 1994 vonden er 194 regeringswisselingen plaats; meer dan de helft daarvan waren militaire regeringen (dictaturen) terwijl ook de rooms-katholieke kerk een grote rol speelde in de binnenlandse politieke aangelegenheden. Ook heeft Bolivia sinds 1825 16 verschillende grondwetten gekend. De mijnen en de gemeenschappelijke landbouwbedrijven kwamen in handen van de blanken waardoor de indiaanse boeren en mijnwerkers als slaven behandeld werden.

Bolivia verliest veel grondgebied aan buurlanden


Opmerkelijk in de geschiedenis van Bolivia is het verlies van veel grondgebied aan de buurlanden. Sinds de onafhankelijkheid in 1825 is de oppervlakte van Bolivia ongeveer gehalveerd. Zo had Bolivia samen met Peru tot 1884 een groot stuk grondgebied in het noorden van het huidige Chili. Belangrijk voor Bolivia dat het stuk land grensde aan de Stille Oceaan. Beide landen raakten van 1879 tot 1884 in oorlog met Chili en verloren uiteindelijk het gebied aan de Chilenen. Deze oorlog wordt de “salpeteroorlog” genoemd omdat er ook gestreden werd om de rechten op het winnen van zout en koper in het kustgebied. Vanaf die tijd heeft Bolivia geen open verbinding meer met de oceaan. Bolivia mocht nog wel een spoorlijn aanleggen die van La Paz naar de havenplaats Arica liep, waar Bolivia tegen betaling gebruik van kon maken.
Brazilië annexeerde rond de eeuwwisseling in het noorden van Bolivia de rubberstreken van Acre. Ook hier kreeg Bolivia als genoegdoening het recht om een spoorlijn aan te leggen, van Riberalta in Bolivia naar Rio Madeira. Onder het bewind van de presidenten Pando (1899-1904), Montes (1904- 1909 en 1913- 1917) en Villazon (1909-1913) beleefde het land een economische opbloei, doordat de grondstoffen rubber en tin gedurende de Eerste Wereldoorlog op de wereldmarkten hoge prijzen noteerden. In 1917 verbrak Bolivia de betrekkingen met Duitsland, maar het nam niet actief deel aan de oorlog.
Tussen 1928 en 1935 woedden de Chaco-oorlogen tussen Bolivia en Paraguay. Men vermoedde olie in het noorden van Paraguay (Gran Chaco). De oliemaatschappijen Standard Oil Company(Bolivia) en Shell (Paraguay) speelde een grote rol in deze oorlog om concessies. Tienduizenden Bolivianen werden gedood, en het navrante was dat er nooit aardolie in de Gran Chaco gevonden is. De armoede onder de bevolking nam na dit echec toe en er werden nieuwe politieke partijen en vakbonden opgericht. De petroleumindustrie was in die tijd bijna geheel in handen van de Standard Oil Company en de tinmijnen in handen van drie families (Hochschild, Patiño en Aramays). Tot grote economische ontwikkeling of sociale vooruitgang leidde dit echter niet. Eind jaren twintig moest jaarlijks meer dan de helft van het nationale inkomen worden besteed aan het terugbetalen van schulden. Dit leidde in 1936 tot een revolutie.

Burgeroorlogen, conflicten, stakingen, opstanden

President Toro probeerde een staatssocialisme in te voeren, maar hij stuitte op verzet van de in Bolivia aanwezige buitenlandse bedrijven. Een van zijn opvolgers, generaal Peñaranda werd in 1943 door nationalistische groeperingen ten val gebracht. Tijdens een opstand in juli 1946 werd de opvolger van Peñaranda, Villaroel, door een woedende volksmenigte vermoord. In januari 1947 werd de rechtse socialist Hertzog tot president gekozen. Zijn partij bezat in het parlement geen meerderheid en voortdurend probeerde de Nationalistische Revolutionaire Beweging de macht in handen te krijgen. Deze twisten ontaardden in 1949 in een burgeroorlog, maar door de steun van het leger wist Hertzog zich te handhaven. De opstand werd onderdrukt, maar door de felle kritiek op zijn beleid was Hertzog gedwongen af te treden. Tijdens de revolutie van 1952 versloeg de nationale garde samen met de mijnwerkers het leger. De macht kwam in handen van Victor Paz Estenssoro. Het leger nam de macht echter in handen voordat hij zijn functie kon aanvaarden. Na een volksopstand van enkele dagen versloegen in april 1952 de volksmilities onder leiding van Hernán Siles Zuazo het leger. Estenssoro werd geïnstalleerd als president en voerde belangrijke sociaal-politieke hervormingen door en maakte een einde aan de macht van enkele machtige families door grote tinmijnen te nationaliseren. In 1952 werd ook het algemene stemrecht ingevoerd en het feodale systeem van grootgrondbezit werd afgeschaft. Alle boeren kregen wat land, maar deze versnippering leidde tot nog grotere armoede onder de boeren en een grotere trek naar de steden. Bij de verkiezingen van 1956 behaalde de MNR een overweldigende meerderheid van stemmen; Siles Suazo werd president. Opstanden en stakingen waren gedurende zijn bewind aan de orde van de dag en vrijwel constant verkeerde het land in een noodtoestand. De verkiezingen van 1960 brachten Paz Estenssoro weer aan de macht. In 1963 raakte president Estenssoro in conflict met de vice-president, Lechín, die ook leider was van de mijnwerkersvakbond. Dit bracht hem het ongenoegen van de mijnwerkers op de hals. Ondanks de vele kritiek op zijn beleid werd Paz Estenssoro in mei 1964 herkozen als president, maar na een opstand van het leger werd de macht in handen genomen door de vice-president, generaal R. Barrientos Ortuño. Tijdens zijn regeringsperiode werd de bekende vrijheidsstrijder Ernesto Che Guevarra gevangengenomen en vermoord omdat men dacht dat hij een boerenopstand aan het voorbereiden was. Barrientos stierf in 1969 en werd opgevolgd door de opperbevelhebber van de strijdkrachten, Ovando.

Bolivia onder het juk van dictators


In 1971 volgde alweer een staatsgreep waarna generaal Hugo Banzer aan de macht bleef tot 1978. Tijdens zijn regime werden universiteiten gesloten, vakbonden en politieke partijen verboden en tienduizenden mensen zonder vorm van proces opgepakt. Van kerkelijke zijde werd geprotesteerd tegen het veelvuldig schenden van de mensenrechten in Bolivia. Het politieke verzet tegen Banzer kwam zowel van links als van rechts.
In juni 1974 gingen linkse officieren tot opstand over, waarop Banzer o.m. parlementsverkiezingen toezegde, die hij zelfs wettelijk liet vastleggen. Inmiddels was het duidelijk geworden dat Banzer geheel afhankelijk was geworden van de rechtse officieren: onder hun druk stelde hij ook de plannen voor verkiezingen voor een vijftal jaren uit. Na Banzer volgden een hele serie dictators (caudillos) met als dieptepunt generaal García Meza, wiens bewind gekenmerkt werd door martelingen, moorden, connecties met de drugshandel en uiteindelijk een praktisch failliet Bolivia.

De democratie keert terug

In 1982 werd de macht door de militairen aan een burgerregering onder leiding van Hernán Siles Zuazo overgedragen. Bolivia was op dat moment volledig failliet en de periode Zuazo werd dan ook gekenmerkt door een gigantisch geldontwaarding, veel sociale onrust, stakingen, hoge werkloosheid en een steeds groter wordende buitenlandse schuld. In 1984 bedroeg de inflatie gemiddeld 3% per uur!! Bolivia was op dat moment al een belangrijke cocaïneproducent maar in deze moeilijke tijden werd de lucratieve handel (in harde dollars) steeds belangrijker voor de economie van het land.

Vanaf 1982 probeerden de Amerikanen in ruil voor economische hulp de cocaïnehandel in Bolivia onder controle te krijgen. Estenssoro won in 1985 opnieuw de verkiezingen en nam een aantal rigoureuze maatregelen om de economie weer wat op te krikken. Zo werden overheidsuitgaven gedecentraliseerd en zwaar verliesgevende staatsondernemingen gesloten of geprivatiseerd. Het gevolg was wel dat er vele mijnen gesloten werden en er tienduizenden mijnwerkers zonder werk kwamen te zitten. Ook de onverwachte ineenstorting van de wereldtinmarkt in 1985 kostte veel werknemers hun baan. Op dat moment leefde 90% van de bevolking onder de armoedegrens.
In 1989 werd vice- president Jaime Paz Zamora tot president gekozen. Hij regeerde samen in een coalitie met de ex-dictator Hugo Banzer, die vreemd genoeg tijdens zijn vorige bewind verantwoordelijk was voor een aanslag op linkse politici, waarbij Zamora ternauwernood aan de dood ontsnapte. In juli 1993 kreeg Bolivia van Peru tot het jaar 2091 via een concessie een smalle toegang tot de Grote Oceaan. In 1993 kwam de populaire Gonzalo Sánchez de Lozado aan de macht en hij ging een coalitie aan met Hugo Cardenas, een Aymará- indiaan van de indiaanse partij MRTKL, waardoor een gedeelte van de indiaanse bevolking rechtstreeks in het parlement was vertegenwoordigd. Zij voerden een economisch hervormingsprogramma, o.a. een zeer ambitieus privatiseringsprogramma, met daaraan verbonden vele sociale maatregelen (Plan de Todos), decentralisatie, onderwijshervormingen en grondwetswijzigingen. Ook zette men een programma op ter verbetering van de positie van de indiaanse bevolking, o.a. door tweetalig onderwijs toe te staan. Het lukte hem echter niet om nog een tweede termijn aan de regering te komen.
Op 6 augustus 1997 werd ex-dictator Hugo Banzer beëdigd als president. Hij trok vooral veel kiezers die hoopten dat met hem de economische groei uit de jaren ’70 weer zou terugkeren. Tegenstanders van Banzer waren mensenrechtenactivisten die vonden dat hij voor zijn verleden moest boeten. Zij waren ook bang dat het militarisme weer zou terugkomen. Een van zijn eerst daden leek dat te bevestigen: het vernietigen van cocavelden met behulp van het leger. Een van zijn beloftes in de verkiezingsstrijd was namelijk dat alle illegale cocavelden in vijf jaar tijd vernietigd zouden worden. In 1998 werd er meer dan 11.000 ha vernietigd. Verder profiteerde hij vooral van het hervormingsprogramma van zijn voorganger Sánchez de Lozado.
In april 2000 waren er gewelddadige protesten tegen de voorgenomen privatisering van de drinkwatervoorziening waardoor de prijs van water met 35% steeg. De situatie liep zodanig uit de hand dat de regering de noodtoestand liet uitroepen. Op 27 juli 2001 trad president Banzer vanwege gezondheidsproblemen af. Hij werd opgevolgd door vice-president Quiroga.
Na weken van sociale onrust, die 60-80 mensen het leven zou hebben gekost, trad president Sánchez de Lozada in oktober 2003 af. Als nieuwe president werd vice-president Carlos Mesa benoemd. Sánchez de Lozada week uit naar de Verenigde Staten, die hem altijd nadrukkelijk gesteund hadden.

Begin juni 2005 kondigde president Mesa verkiezingen aan voor een constitutionele raad die de grondwet moest herzien. Ook zou er een referendum komen over meer autonomie voor de olierijke provincias in het oosten en zuiden van het land.  Mesa hoopte zo een einde te maken aan de gewelddadige protesten, de wegblokkades en een 48-uursstaking die het transport in het hele land lamlegde. De betogers eisten nationalisering van de olie- en gaswinning. Vooral de arme westelijke provincies, waar veel arme indianen wonen, wilden een groter deel van de opbrengsten.

De presidentsverkiezingen van december 2005 werden gewonnen door de linkse 'indígena' (inheemse indiaan) Evo Morales Ayma. Hij won met ruim 51% van de stemmen en werd de eerste indiaanse president van Bolivia. De oude politieke orde werd bij deze verkiezingen door de kiezers weggevaagd. er volgt een periode van nationationalisatie van onder meer de gasindustrie. In mei 2008 stemt morales toe in een referwendum over zijn leiderschap in augustus, indien hij het refendum verliest volgen nieuwe verkiezingen.

 

Economie en Toerisme

Algemeen

Bolivia heeft een gebrekkige infrastructuur, geen uitgang naar zee, een onevenwichtige sociale structuur, slecht opgeleid personeel en zowel binnenlands als vanuit het buitenland wordt er weinig in het land geïnvesteerd en dit zijn natuurlijk allemaal belemmeringen voor de economische ontwikkeling. Gemeten naar het zeer lage bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking ($ 800 in 1997) is Bolivia een van de armste landen van Latijns- Amerika. De buitenlandse schuld bedroeg in 1999 $5,7 miljard. Tachtig procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens en de boerenbevolking op het platteland zelfs 97%. Tot het begin van de jaren tachtig kende Bolivia een periode van langzame economische groei. Dit leidde tot een hyperinflatie (geldontwaarding) van meer dan 11.000% in 1985!!.
Een streng bezuinigings- en saneringsprogramma leidde vanaf 1986 tot een geringere inflatie van 7% in 1997, maar ook tot een daling van het levenspeil voor een groot deel van de bevolking. Tussen 1981 en 1988 daalde het bnp per hoofd van de bevolking met 26,3%. Verder zijn er ook nog de illegale inkomsten uit cocaïne, die niet te verwaarlozen zijn, integendeel. Men schat deze inkomsten op ca. $600 miljoen per jaar en andere lucratieve smokkelactiviteiten worden geschat op 15% van het bnp. Door het verloren gaan van veel arbeidsplaatsen in de diverse economische sectoren is de werkgelegenheid in de informele sector enorm toegenomen. Een groeiend gedeelte van de bevolking verdient geld met straathandel, schoenen poetsen, loten verkopen, geld wisselen en taxi-rijden met de eigen auto
De belangrijkste sectoren zijn de handels-, transport- en dienstensector. De landbouw blijft hier ver bij achter. Officieel is meer dan 20% van de beroepsbevolking werkloos, maar in feite zal dit cijfer veel hoger uitvallen door de verborgen werkloosheid, vooral op het platteland. Men hoopt dat de economische groei aantrekt door o.a. een nieuwe pijplijn voor de export van gas naar Brazilië. Verder worden er nog steeds nieuwe aardgasvelden ontdekt. In september 1998 keurden de Wereldbank en het IMF een pakket van schuldkwijtschelding goed ter hoogte van $760 miljoen. Bolivia is daarmee het tweede land dat kon profiteren van een speciaal programma voor lage- inkomenslanden met hoge schulden. Bolivia is sterk afhankelijk van ontwikkelingshulp. In 1997 ontving Bolivia $588 miljoen aan ontwikkelingsgelden.

Landbouw, bosbouw en visserij

Ongeveer 20% van het landoppervlak is in beginsel geschikt voor akkerbouw, maar hiervan is slechts 3% in gebruik. In de oostelijke laagvlaktes, met name rond Santa Cruz, vinden we grootschalige, industriële landbouwprojecten bedoeld om de export te bevorderen. Daar worden een half miljoen hectares met sojabonen, tarwe, gerst, maïs, zonnebloemen, rijst, suikerriet en katoen verbouwd. De klimatologische omstandigheden zijn daar zo goed dat er twee keer geoogst kan worden. Het lukt echter nog niet om dit goed van de grond te krijgen.
In de berggebieden en op de hoogvlakte wordt veel voor eigen gebruik geproduceerd. Wat overblijft wordt verhandeld of geruild. Belangrijke agrarische gebieden zijn: de Altiplano, (aardappelen, quinoa, gerst en bonen), de Yungas, de noordoostelijke helling van de Cordilleras (tarwe, maïs, bananen, groenten, citrusvruchten, koffie, cacao en coca), de oostelijke Llanos (suikerriet, katoen en rijst) en het tropisch regenwoud (houtsoorten, rubber en kinabast).
Vanaf de jaren zeventig is de van oudsher door indianen verbouwde coca het belangrijkste landbouwgewas geworden. Om in de traditionele behoefte te voorzien is de teelt van coca toegestaan door de regering. De productie van coca overstijgt echter de binnenlandse vraag vele malen. Het overschot wordt gebruikt om cocaïne te maken. In 1984 werd naar schatting 75% van de cultuurgrond gebruikt voor de verbouw van cocaplanten. Ca. 300.000 mensen vinden een bestaan door het verbouwen van coca. De illegale handel levert ongeveer de helft op van totale export. Toch kijkt men naar andere manieren om de coca te verbouwen, b.v. als medicinaal product.

Ook probeert men de cocaplantages te vervangen door lucratieve fruitplantages. Sinds 1987 krijgt Bolivia van de Verenigde Staten financiële steun om het areaal coca te verminderen. Boeren die hieraan meewerken worden financieel gecompenseerd.De landbouw staat over het algemeen technologisch op een laag peil en de sterke versnippering van het grondbezit, vooral op de Altiplano en in de dalen, vormt nog steeds een groot probleem. Bovendien staan de veelal gebrekkige transportmogelijkheden, de bodemerosie en de extreme weersomstandigheden een verdere ontwikkeling van de landbouw in de weg. Toch werkt in de landbouw ca. 45% van de beroepsbevolking.Veehouderij wordt steeds belangrijker, vooral de zuivelproductie in de buurt van Cochabamba; verder worden als lastdieren en voor de wol schapen, vicuña's en andere kameelachtigen gehouden op de Altiplano. Runderen en varkens worden vooral gehouden in de Llanos. Het departement Beni spant met zo’n 1,3 miljoen stuks vee de kroon. Het grootste deel van de vleesproductie is bestemd voor de binnenlandse markt, en dan vooral voor de grote steden. In 1996 bestond de veestapel uit ca. 6 miljoen runderen, 300.000 paarden, 700.000 ezels en muilezels, 2,5 miljoen varkens, 8 miljoen schapen, 1,5 miljoen geiten en 59 miljoen kippen.
De bosbouw levert hardhout, rubber en kina. Bossen beslaan ca. 45% van het totale landoppervlak. De houtproductie bedroeg in 1997 ca. 2,3 miljoen m3. Visserij op het Titicaca-meer en enkele andere meren en rivieren levert een kleine bijdrage aan het voedselpakket. In 1997 werd er in totaal meer dan 6000 ton vis gevangen. Zeevis wordt ingevoerd uit Peru en Chili.

Mijnbouw

Traditioneel vormde de mijnbouw de basis van de Boliviaanse economie. Tot 1979 was Bolivia na Maleisië de grootste tinproducent ter wereld. Vanaf 1985 daalde de wereldmarktprijs snel en viel de tinproductie tot eenderde terug. De verouderde Boliviaanse mijnen zijn door hun lage productiviteit en het lage tingehalte van het erts niet langer rendabel te exploiteren. Ook de geïsoleerde ligging, het gemis van een eigen haven en de gecompliceerde winning van mineralen en delfstoffen zorgde er o.a. voor dat de winning van zilver en tin niet meer loonde. Vanaf 1985 zijn veel tinmijnen gesloten of geprivatiseerd. Privatiseren betekende in dit geval dat een aantal mijnwerkers voor eigen rekening ging werken en zo ontstonden er duizenden kleine ondernemers die zich met het winnen van tin, zilver en goud gingen bezighouden. Meer dan de helft van de tinproductie is afkomstig uit de mijnen ten zuiden van Oruro; de mijn van Catavi bij Llallagua is nog steeds de grootste tinmijn ter wereld. Andere belangrijke minerale delfstoffen zijn lood, zink, koper, antimoon, goud, zilver, wolfram en bismut. De in 1952 opgerichte staatsmaatschappij COMIBOL exploiteerde tot halverwege de jaren tachtig naast de grootste tinmijnen de meeste vindplaatsen van andere minerale ertsen. De export van vaste delfstoffen vormt nog steeds de belangrijkste bron van buitenlandse deviezen. Hoewel de mijnbouw nog steeds de ruggengraat van de Boliviaanse economie vormt, werkt slechts 5% van de beroepsbevolking is de mijnbouw.
Voorts is er winning van aardolie en aardgas. De belangrijkste aardolievelden liggen in de omgeving van Camiri en ten zuiden hiervan tot aan de grens met Argentinië. De staatsoliemaatschappij YPFB heeft alle aardoliewinning onder haar beheer. De belangrijkste winplaats van aardgas ligt bij Yacuiba in het zuiden van Bolivia. De winning van aardolie is de laatste jaren sterk verminderd door uitputting van de reserves. De productie is daarom nauwelijks voldoende om aan het binnenlandse verbruik te voldoen. De winning van aardgas is succesvoller. De helft van de jaarlijkse productie van ca. 5 miljard m3 wordt uitgevoerd via pijpleidingen naar Argentinië en Brazilië. In 1998 werden nieuwe grote gasvelden ontdekt waardoor Bolivia nog ten minste gedurende twintig jaar gas aan Brazilië zal kunnen leveren. Begin jaren negentig zorgde de export van gas voor veel van de Boliviaanse exportinkomsten.

Industrie

De industrie is nog weinig ontwikkeld, het is zelfs de minst ontwikkelde van Zuid-Amerika; de meeste duurzame consumptiegoederen moeten worden ingevoerd. Door een gecoördineerd industriebeleid in het kader van het Andespact en door nauwere samenwerking met Brazilië probeert Bolivia het nadeel van een kleine en weinig koopkrachtige binnenlandse markt te compenseren.

 

De belangrijkste industriële activiteiten zij de drank- en voedselindustrie, smelterijen, metaalindustrie en aardolieraffinaderijen. De belangrijkste industriële centra zijn La Paz, Oruro, Santa Cruz en Cochabamba. De behoorlijk grote energiereserves in de vorm van waterkracht worden nog onvoldoende benut; in het midden van de jaren negentig was het geïnstalleerde vermogen van de elektriciteitscentrales bijna 1000 megawatt. Tweederde van de energie wordt geleverd door waterkrachtcentrales. Grote delen van het land hebben nog steeds geen aansluiting op het lichtnet.

Handel

De export bestaat voornamelijk uit grondstoffen en wat landbouwproducten. De belangrijkste producten zijn aardgas (12% van de totale exportwaarde), delfstoffen (48%), hout (3,4%) en koffie (2,1%). De (illegale) export van coca in 1995 werd geschat op $600 miljoen, en dat is ongeveer net zoveel als de totale legale export. De belangrijkste afnemers zijn de Verenigde Staten (vooral tin en andere metalen), Argentinië (vooral aardgas), Groot-Brittannië, Peru en Colombia. De totale export bedroeg in 1999 $1,1 miljard.
De invoer bestaat vooral uit machines en andere kapitaalgoederen, duurzame consumptiegoederen, grondstoffen en halffabrikaten. In 1999 werd er voor $1,6 miljard aan goederen geïmporteerd. De belangrijkste importpartners zijn de Verenigde Staten, Japan, Brazilië, Argentinië, Chili en Peru. De import en export van goederen gebeurt grotendeels via de havens van Arica en Antofagasta in Chili, Mollendo-Matarani in Peru en La Quiaca aan de Boliviaans-Argentijnse grens.

Verkeer en toerisme

De gebrekkige transportmogelijkheden vormen een belangrijk probleem bij de ontwikkeling van Bolivia; in grote delen van het land is het traditionele vervoer per muilezel of lama vaak de enige mogelijkheid. Het spoorwegnet - sinds 1964 door de staat geëxploiteerd - bestaat uit twee gescheiden netten, in totaal bijna 3800 km lang, die verbinding geven met havens in Chili, Peru, Argentinië en Brazilië. Het “hoogland-systeem” is vooral belangrijk voor het vervoer van ertsen naar de kust van de Stille Oceaan; het “laagland-systeem” is zeer belangrijk voor de ontsluiting van de Oriente, de tropische gebieden. Om deze twee netten met elkaar verbinden zou 480 km nieuwe spoorwegen aangelegd moeten worden. De kosten hiervan bedragen $1,5 miljard, wat natuurlijk veel te veel is voor het arme Bolivia. Door het verouderde spoorwegnet zijn vertragingen van meer dan 24 uur geen uitzondering.
Van het ruim 41.000 km lange wegennet is maar een kwart onder alle weersomstandigheden bruikbaar. De belangrijkste wegverbindingen zijn de weg van Cochabamba naar Santa Cruz en het maar gedeeltelijk verharde deel van de Panamerican Highway, die naar de grens met Argentinië loopt. In het kader van de ontsluiting van de tropische gebieden zijn in de jaren zeventig veel ontsluitingswegen aangelegd. Men hoopt in 2010 elf internationale snelwegen gerealiseerd te hebben. Er is verder een zeer uitgebreid net van autobusdiensten.
Bolivia was een van de eerste landen in Latijns-Amerika waar het vliegtuig een belangrijk verkeersmiddel werd. De nationale luchtvaartmaatschappij Lloyd Aéreo Boliviano (LAB) verzorgt meer dan 40% van de binnenlandse vluchten. Het overige deel van de markt wordt bediend door een reeks van kleine vliegtuigmaatschappijtjes. De internationale luchthaven van La Paz (El Alto) is de hoogstgelegen burgerluchthaven ter wereld (4085 m). Ook Santa Cruz heeft een internationale luchthaven.
Binnenscheepvaart op het Titicaca-meer is van betekenis voor de verbinding met Peru. Ongeveer 14.000 km bevaarbare rivieren verbinden het noorden en het oosten van Bolivia met de Amazone. De belangrijkste rivieren zijn Madre de Dios, Beni, Mamoré, Guaporé, Pilcomayo en Desaguadero. Zeehavens mag Bolivia gebruiken in Argentinië en Peru. Pijpleidingen zijn van groot belang voor het vervoer van aardolie en aardgas.
Hoewel het aantal toeristen gestaag toeneemt (in 1997 ca. 375.000) zijn de inkomsten daaruit nog niet van groot belang voor de Boliviaanse economie.
De totale inkomsten uit het toerisme bedroegen dat jaar $180 miljoen. Men hoopt het aantal toeristen en de inkomsten uit het toerisme binnen enkele jaren op zijn minst te verdubbelen.
 

Bevolking

 

Bolivia telde in 2000 ca. 8.150.000 inwoners. Gemiddeld wonen er ca. 7,5 inwoners per km2. Driekwart van de bevolking leeft in de steden en in de valleien van het Andesgebergte. Ca. 56% van de bevolking bestaat uit indianen, ca. 30% uit mestiezen van indiaans/blanke afkomst, ca. 10% van (meest Spaanse) blanke afkomst en ca. 4% zijn negers en van Aziatische afkomst. 60% woont in de steden, 20% meer dan in 1976, dus de verstedelijking neemt in snel tempo toe. De grootste steden zijn La Paz (ca. 785.000 inwoners), Santa Cruz ( ca. 767.000), Cochabamba (ca. 449.000), El Alto (ca. 446.000), Orura (ca. 202.000), de hoofdstad Sucre (ca. 145.000) en Potosí (ca. 123.000). El Alto, een voorstad van La Paz, is de snelst groeiende stad van Bolivia. De samenstelling van de bevolking verschilt van plaats tot plaats: in La Paz is de helft van de bevolking indiaans en de bevolking van Santa Cruz bestaat voor driekwart uit mestiezen en Europeanen. De gemiddelde levensverwachting in Bolivia is ca. 64 jaar. 41,2% van de bevolking is jonger dan 15 jaar; slechts 4,3% is 65 jaar of ouder. Helaas heeft Bolivia de hoogste zuigelingensterfte van Zuid-Amerika; per 1000 levend geboren kinderen stierven er in 2000 in het eerste levensjaar 63,7 kinderen. De bevolkingsgroei bedroeg in 2000 1,83%. De gemiddelde levensverwachting is 63,7 jaar. De Quechua- en de Aymará- indianen zijn het grootst in aantal. Er leven ca. 2,5 miljoen Quechua en ca. 2 miljoen Aymará in Bolivia. De Aymará leven rond het Titicaca-meer en rond La Paz. De Quechua wonen met name in de overige gedeelten van het Andesgebergte. In de laaglanden leven veel kleinere indianenstammen zoals de Baures en Moxo- indianen. Een bekende stam zijn de Guaraní die in het zuiden van Bolivia leven. Nog maar ca. 30.000 indianen leven zoals ze altijd geleefd hebben, de rest is al beïnvloed door de westerse leefwijzen. Nomadische groepen worden bedreigd door houtkap, ziektes en kolonisatie van hun leefgebied. In totaal leven er 32 indiaanse volkeren in Bolivia. Tot de revolutie in 1952 was er nog een strenge rassenscheiding in Bolivia in bepaalde openbare gelegenheden en stadsdelen. De armoede is zowel op het platteland als in de steden onder de indianen het grootst, hoewel de steeds groter wordende groep stedelijke indianen (cholos) het aanzienlijk beter heeft dan de indianen op het platteland. Mestiezen vormen vaak de middenstand en de hogere functies worden vaak door de blanken bekleed. De negers in Bolivia stammen rechtstreeks af van de slaven die eeuwen geleden uit Afrika gehaald werden. Nazaten van gevluchte Japanse immigranten na de Tweede Wereldoorlog leven voornamelijk in het departement Santa Cruz.

Taal

De officiële taal is het Spaans maar het Zuid-Amerikaanse Spaans dat in Bolivia gesproken wordt is qua zinsconstructie en uitspraak afwijkend van het Spaans in Spanje. Typisch voor het Boliviaans is het veelvuldig gebruik van verkleinwoorden. Verder zijn er per streek nog dialectische verschillen. 45% van de bevolking spreekt alleen Spaans. Bijna de helft van de bevolking spreekt naast Spaans nog een van de twee grote indianentalen: het Quechua of het Aymará. Met name op het platteland wordt door de oudere Bolivianen een van deze twee talen gesproken. Een en ander is ook het gevolg van het gebrekkige onderwijs. Het Quechua was de taal van de vroegere Inca-overheersers en wordt nog steeds in alle Andeslanden gesproken, met name in Bolivia en Peru. In alle landen hebben zich echter verschillende dialecten ontwikkeld. De invloed van het Spaans is groot, want veel Quechua-woorden worden op z’n Spaans uitgesproken. Het Aymará wordt met name rond La Paz en het Titicaca-meer gesproken door ca. 2 miljoen indianen. De Aymará-indianen zijn afstammelingen van de Tiwanaku-cultuur die in tegenstelling tot de Quechua hun identiteit wisten te bewaren tijdens de Inca-overheersing. Verder bestaan er nog vele indianentalen, o.a. het Guarani dat nog vrij veel gesproken wordt. Het Engels is nog niet erg bekend en wordt nog maar op weinig plaatsen gesproken. Het Spaans en de indianentalen Aymará en Quechua verschillen natuurlijk enorm. Maar ook de tussen deze twee indianentalen onderling komen grote verschillen voor.

Sinds het begin van de twintigste eeuw is er godsdienstvrijheid, maar pas in 1961 werd de kerk officieel gescheiden van de staat. Ongeveer 95% van de bevolking is rooms-katholiek en ongeveer 1% is protestant. De indianen vermengden het eigen traditionele pre-Columbiaanse rituelen met het rooms- katholieke geloof. De godsdienstige invloed van het katholicisme op het dagelijks leven is nog steeds groot, maar de vroegere belangrijke rol in het politieke leven is grotendeels verdwenen. Naast het katholicisme en het protestantisme komen er nog tientallen andere geloofsbewegingen en sektes voor in Bolivia. In 1994 waren er 64 verschillende stromingen en sektes actief. De Bahai is de grootste groep en verder nog o.a. mormonen, baptisten en Jehova’s. Naast het christelijke geloof en de sektes bestaat er nog steeds het traditionele geloof, hoewel deze twee vaak met elkaar verweven zijn. Ook animistische trekjes komen nog steeds voor en met name aan natuurverschijnselen worden mysterieuze krachten toegekend. Zo wordt Maria geïdentificeerd met Pachamama, de godin Moeder Aarde. De curandero of yatiri is een medicijnman die nog steeds een grote rol speelt in het leven van de Boliviaan. Met behulp van kruiden, mineralen en magie kan hij o.a. zieken genezen en voorspellingen doen.
 

De eerste Boliviaanse grondwet dateert al van 1826, nadat het land een jaar eerder onafhankelijk van Spanje was geworden. Hoewel Sucre de officiële hoofdstad is van Bolivia, is La Paz de administratieve hoofdstad en ook de regering zetelt hier.
De uitvoerende macht in Bolivia’s politieke systeem ligt bij de president die samen met de vice-president elke vijf jaar door het volk gekozen wordt. Na afloop van zijn ambtstermijn is hij niet direct herkiesbaar. De president benoemt de raad van ministers. De wetgevende macht (Congreso Nacional) is verdeeld in twee kamers: de Senaat (Senado) en de Kamer van Afgevaardigden (Cámara de Deputados). Het hogerhuis of de Senaat bestaat uit 27 senatoren, drie uit elk departement, die elk voor vijf jaar gekozen worden. Het lagerhuis of de Kamer van Afgevaardigden bestaat uit 130 leden die ook voor vijf jaar gekozen worden.
Er bestaat algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen vanaf 18 jaar. Volgens de herziene grondwet van 1995 wordt 50% van de leden gekozen via partijlijsten terwijl de andere helft een bepaald district vertegenwoordigen. Bolivia is verdeeld in de negen administratieve departementen La Paz, Cochabamba, Potosí, Santa Cruz, Chuquisaca, Tarija, Oruro, Beni en Pando. Elk departement is weer onderverdeeld in ca. 112 provincies waarvan het bestuur de inkomsten en uitgaven controleert. De provincies zijn weer onderverdeeld in ca. 1384 kantons en worden bestuurd door een prefect, een subprefect en een zogenaamde “corregidor”. In de hoofdsteden van de departementen en de provincies vormen gekozen colleges het lokale bestuur. In enkele gebieden is de Indiaanse bevolking nog op traditionele wijze in ayllu's (gemeenschappen) georganiseerd. Indianen zijn pas sinds kort in het nationale parlement vertegenwoordigd.

Onderwijs


Basisonderwijs is gratis en verplicht voor alle kinderen tussen de zes en de veertien jaar. Recente tellingen wezen uit dat er ongeveer 2300 kleuterscholen en ongeveer 13.000 basisscholen zijn. Er gingen bijna 1,3 miljoen kinderen naar de basisschool en bijna 220.000 naar het voortgezet onderwijs. Hoger onderwijs werd gevolgd door ca. 140.000 studenten. Er zijn universiteiten in La Paz, Sucre, Cochabamba, Oruro, Potosí, Santa Cruz en Tarija. De oudste universiteit van Zuid-Amerika is de San Francisco Xavier in Sucre, gesticht in 1624. De Universiteit van San Andrés in La Paz is de grootste van het land met meer dan 35.000 studenten.
Veel hoog opgeleiden verlaten na het behalen van hun diploma Bolivia en gaan werken in Argentinië of Chili waar veel meer betaald wordt. Engels wordt op middelbare scholen als onderdeel van het vakkenpakket onderwezen. Door de regering wordt het onderwijs gelukkig als essentieel beschouwd voor de sociale en economische ontwikkeling van Bolivia. Eind jaren tachtig kon een derde van de bevolking ouder dan 15 jaar niet lezen of schrijven. Tien jaar later was dat percentage gedaald tot 20%. Begin jaren vijftig ging maar ongeveer 15% van de kinderen naar school. Nu gaat ongeveer 90% van de kinderen naar het basisonderwijs, maar velen haken onderweg toch nog af. In sommige dorpen ontbreekt zelfs nog enige vorm van onderwijs en met name op het platteland moeten kinderen al op jonge leeftijd helpen in de landbouw en verlaten dan de school.

 

 

Onze Toppers

 
1 19-daagse Zuid Peru Rondreis.

Deze reis laat je al het moois zien van het zuiden van Peru. Natuur en cultuur samen gevat in deze schitterende reis. Vanaf € 899,00

2 Inca Trail 4 of 2 dagen.

De meest fascinerende wandeltocht door Zuid Amerika. Bevind je in de wereld van de Inca's , schitterende natuur en historie                    Vanaf US$ 345,00

3 Bolivia totaal.

Maak een bezoek aan een van de meest speciale landen ter wereld. Waar de tijd heeft stilgestaan, vol tradities en schitterende natuur en mensen. Bolivia heeft het allemaal.               Vanaf € 964,00

 
Onze nieuwsbrief  

 
 
 

Klant login

 
Heeft u een reservering gemaakt voor een rondreis bij Explore Peru Travel dan kunt u hier inloggen om:
  De status van uw reservering te bekijken
  Kijken of er aanbiedingen zijn
  Direct contact met onze helpdesk opnemen via onze live online helpdesk
  Zeer uitgebreide Peru & Bolivia informatie

Klik hier om in te loggen

 

 

Direct Boeken

 

 

Zwaarte van de reis

   

 

 

4

   
 

Cultuur

 
     

 

 

5

 
 

Natuur

 
         

5

 
 

Avontuur

 
   

 

 

4

   
             
Hoogtepunten van deze reis
Het traditionele zuiden van Peru
Ballestas eilanden
Nasca lijnen
Colca Canyon 2 dagen excursie inclusief
Titicaca-meer
Machu Picchu
La Paz
Uyuni Salar excursie per 4*4 inclusief
De harde mijnen van Potosi
Schitterend Sucre
Om tijd te besparen vliegen we vanaf Sucre naar la Paz inclusief
 

Dagschema

 
Dag 1 Lima
Dag 2 Lima-Ballestas-Nasca
Dag 3 Nasca-Arequipa nachtbus
Dag 4 Arequipa
Dag 5 Arequipa
Dag 6 Colca Canyon
Dag 7 Colca Canyon
Dag 8 Puno Titicaca meer
Dag 9 La Paz
Dag 10 La Paz
Dag 11 La Paz-Uyuni nachtbus
Dag 12 Salar de Uyuni en Avaroa national park per 4*4
Dag 13 Salar de Uyuni en Avaroa national park per 4*4
Dag 14 Salar de Uyuni en Avaroa national park per 4*4
Dag 15 Uyuni - Potosi bus
Dag 16 Potosi-Scure
Dag 17 Sucre + tarabuco (indien op zondag)
Dag 18 Sucre-la Paz vliegtuig
Dag 19 La Paz-Cusco bus
Dag 20 Vrije dag Cusco
Dag 21 Cusco-Aguas Calientes trein
Dag 22 Machu Picchu Cusco trein
Dag 23 Vrije dag Cusco
Dag 24 Excursie Heilige Vallei inclusief
Dag 25 Cusco-Lima vliegen
 
Excursies inclusief tijdens deze reis
Ballestas eilanden
Nasca lijnen overvlucht
Colca Canyon 2 dagen
Titicaca  1 dag
Chacaltaya uitzichtpunt
3 dagen Salar de Uyuni en Avaroa national park per 4*4 inclusief alle maaltijden
Vluchten Sucre-La Paz, Cusco-Lima
Volledig 2 daagse Machu Picchu excursie inclusief entreegelden
Heilige Vallei excursie
 
Bij ons geen verrassingen achteraf. Je ziet direct wat je moet betalen. Bij Explore Peru Travel geen reserveringskosten.
 

De reis is uit te breiden met...

De Inca Trail 2 of 4 dagen
De Salkantay of Lares  Trail
Jungle verlening in Puerto Maldonado of Rurrenabaque
Verlenging naar het noorden van Peru
Extra excursies
 
Beste reistijd
Van April tot November
 
Zakgeld
€ 400 per week
 

In vrijwel al onze hotels vind je de volgende diensten*

Ontbijt
Bagage opslag
Roomservice
Telefoon op je kamer
Kabel televisie
Cafetaria
24-uur warm water
Internet mogelijkheden (soms gratis WIFI)
  * Uitzonderingen daargelaten
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

leeg

Explore Peru Travel S.A.C.

 

© Explore Peru | Alle rechten voorbehouden |