
De Chimú waren de bewoners van het rijk Chimor, dat zich aan de noordkust van Peru bevond.
De Chimú-cultuur bestond vanaf circa 850 tot 1470 n. Chr, waarna de cultuur werd ingelijfd bij het rijk van de Inca's. Er zijn overblijfselen van deze cultuur gevonden in de Chimú-hoofdstad Chan-Chan.
Chan Chan (zon zon) bevindt zich op vijf kilometer afstand van de huidige Peruaanse stad Trujillo en Huanchaco.
De stad wordt gekarakteriseerd door de overblijfselen van negen grote lemen paleizen. Ieder paleis werd gebouwd voor één heerser en bevatte een ceremoniëel gedeelte, een leefgedeelte en een begraafplaats. Met het sterven van de heerser werden zijn 90 vrouwen samen met hem begraven en veranderde een paleis dus in een mausoleum. Te bezoeken is alleen het paleis van het Tschudi-complex, bestaande uit een plein en meerdere zalen. In de 42 tomben liggen de edelen begraven.
Chan Chan staat op de werelderfgoed lijst van UNESCO, maar wel als bedreigd erfgoed. Van de negen paleizen is alleen het zogenaamde paleis van Tschudi goed bewaard gebleven. De bouwwerken van de gewone bevolking zijn nagenoeg verloren gegaan.
Er is een museum, museo de Sitio.
Dichtbij zijn enkele Huaca's zoals Huaca del Dragón, Huaca del Arco Iris, Huaca Esmeralda, Huaca de la Luna en Huaca del Sol.(De Piramides van de Zon en de Maan)
De cultuur ontwikkelde zich uit de restanten van de Mochica-cultuur. De Chimu wisten het gehele gebied van de Sican-cultuur met geweld bij hun gebied in te lijven. De Mochica-cultuur is een cultuur in Peru die bestond van 0 tot 750 in de dalen van Moche en Chicarna aan de Peruaanse kust. In hun hoogtijdagen was het gebied 400 km groot. De hoofdstad bevond zich iets ten zuiden van de huidige stad Trujillo. De Piramides van de Zon en de Maan zijn overblijfselen die nu nog te bezichtigen zijn
